Architecten en Milieu-adviseurs
datebrief
 
Oldest known version of this page was edited on 2007-12-30 22:48:36 by bas [ ]

Wet op de Ruimtelijke Ordening - <- inhoudsopgave ->

Hoofdstuk IVA. Regionaal planologisch beleid
Afdeling 1. Algemene bepalingen
Artikel 36a

In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a.

regionaal openbaar lichaam: een plusregio als bedoeld in artikel 104 van de Wet gemeenschappelijke regelingen die de gemeente of gemeenten Amsterdam, Arnhem en Nijmegen, Eindhoven en Helmond, Enschede en Hengelo, ’s-Gravenhage, Rotterdam of Utrecht omvat;
b.

samenwerkingsgebied: het grondgebied van een regionaal openbaar lichaam.
Artikel 36b [Vervallen per 01-07-2005]
Afdeling 2. Regionaal structuurplan
Artikel 36c
1.

Het algemeen bestuur van een regionaal openbaar lichaam stelt voor het samenwerkingsgebied een regionaal structuurplan vast, waarin de toekomstige ontwikkeling van dat gebied wordt aangegeven. In dat plan worden concrete beleidsbeslissingen opgenomen over de lokatie van projecten of voorzieningen van regionaal belang. Bij de vaststelling van gemeentelijke plannen als bedoeld in Hoofdstuk IV van deze wet en Hoofdstuk IV van de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing worden die beslissingen in acht genomen.
2.

Indien toepassing wordt gegeven aan het eerste lid, blijft voor het daarbij begrepen gebied artikel 7, tweede lid, buiten toepassing.
Artikel 36d
1.

Op de voorbereiding van een regionaal structuurplan is artikel 8 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het ontwerp ter inzage ligt ter secretarie van het regionaal openbaar lichaam en van de gemeenten op wier gebied het betrekking heeft en dat burgemeester en wethouders worden vervangen door het dagelijks bestuur van het regionaal openbaar lichaam.
2.

Binnen acht weken of, indien over het ontwerp een zienswijze naar voren is gebracht, binnen vier maanden na afloop van de termijn voor terinzageligging van het ontwerp, stelt het algemeen bestuur van het regionaal openbaar lichaam het regionaal structuurplan vast.
Artikel 36e
1.

Het regionaal structuurplan behoeft de goedkeuring van gedeputeerde staten. Het plan wordt daartoe zo spoedig mogelijk, doch in elk geval binnen vier weken na de dagtekening van het besluit tot vaststelling, aan gedeputeerde staten verzonden.
2.

Alvorens het besluit omtrent goedkeuring te nemen horen gedeputeerde staten de provinciale planologische commissie en voorzover het regionaal structuurplan mede een beschermd stads- of dorpsgezicht omvat, de Rijksdienst voor de Monumentenzorg. Artikel 10:31, tweede en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing. De goedkeuring kan worden onthouden wegens strijd met een goede ruimtelijke ordening, wegens het belang van het aangewezen beschermde stads- of dorpsgezicht of wegens het belang van bescherming van archeologische vindplaatsen. Van het besluit wordt onverwijld mededeling gedaan door toezending van een afschrift aan Onze Minister, aan de provinciale planologische commissie en aan genoemde Rijksdienst.
Artikel 36f

De bekendmaking van een besluit als bedoeld in artikel 36e, tweede lid, geschiedt door het besluit tezamen met het regionaal structuurplan voor een ieder ter inzage te leggen ter secretarie van het regionaal openbaar lichaam en van de gemeenten op wier gebied het betrekking heeft. De artikelen 3:11, eerste, tweede en derde lid, en 3:12, eerste en tweede lid, en derde lid, onderdeel a, van de Algemene wet bestuursrecht alsmede artikel 4a, derde lid, onderdeel b, zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 36g

Een regionaal structuurplan wordt, behoudens door gedeputeerde staten voor ten hoogste tien jaren verleende vrijstelling en onverminderd het bepaalde bij artikel 36k, ten minste eenmaal in de tien jaren herzien.
Artikel 36h

Ten aanzien van de herziening van een regionaal structuurplan zijn de artikelen 36c tot en met 36f van overeenkomstige toepassing.
Artikel 36i

Intrekking van een regionaal structuurplan of van een gedeelte daarvan is slechts mogelijk indien voor dat gebied een ontwerp voor een nieuw regionaal structuurplan ter inzage is gelegd dan wel een nieuw regionaal structuurplan is vastgesteld. Ten aanzien van de intrekking zijn de artikelen 36c tot en met 36f van overeenkomstige toepassing.
Artikel 36j

Bij of krachtens algemeen maatregel van bestuur kunnen voorschriften worden gegeven omtrent de voorbereiding, de vormgeving en inrichting van regionale structuurplannen.
Artikel 36k
1.

Onze Minister kan na overleg met het algemeen bestuur, gedeputeerde staten en de Rijksplanologische Commissie gehoord, het algemeen bestuur van een regionaal openbaar lichaam verplichten binnen een door hem te bepalen termijn een regionaal structuurplan vast te stellen of te herzien.
2.

Bij toepassing van het eerste lid kan Onze Minister na overleg met het algemeen bestuur, gedeputeerde staten en de Rijksplanologische Commissie gehoord, voor zover een juiste uitvoering van het Regeringsbeleid de totstandkoming of herziening van regionale planologische maatregelen vordert, aan het algemeen bestuur aanwijzingen geven omtrent de inhoud van een regionaal structuurplan.
3.

Van zijn besluit, bedoeld in het eerste lid en van aanwijzingen, als bedoeld in het tweede lid, zendt Onze Minister behalve aan het algemeen bestuur afschriften aan de Rijksplanologische Commissie, aan gedeputeerde staten en aan de inspecteur. Van de dag der verzending van de afschriften af liggen aanwijzingen, als bedoeld in het tweede lid op door Onze Minister te bepalen plaatsen ter inzage. De nederlegging wordt tevoren door de zorg van Onze Minister in de Staatscourant en daarvoor in aanmerking komende dag- of nieuwsbladen bekendgemaakt.
4.

Gedeputeerde staten kunnen na overleg met het algemeen bestuur van een regionaal openbaar lichaam, de provinciale planologische commissie gehoord, dat algemeen bestuur verplichten binnen een door hen te bepalen termijn een regionaal structuurplan vast te stellen of te herzien.
5.

Bij toepassing van het vierde lid kunnen gedeputeerde staten na overleg met het algemeen bestuur, de provinciale planologische commissie gehoord, voor zover bovengemeentelijke belangen dat vorderen, aanwijzingen geven omtrent de inhoud van een regionaal structuurplan. Deze aanwijzingen moeten hun grondslag vinden in of redelijkerwijs voortvloeien uit een streekplan of het provinciaal ruimtelijk beleid, voor zover dit is neergelegd in een besluit van provinciale staten, de provinciale planologische commissie gehoord.
6.

Van hun besluit, bedoeld in het vierde lid, en van aanwijzingen als bedoeld in het vijfde lid, zenden gedeputeerde staten behalve aan het algemeen bestuur, afschriften aan de provinciale planologische commissie en aan Onze Minister. Van de dag der verzending van de afschriften af liggen aanwijzingen als bedoeld in het vijfde lid ter provinciale griffie, op de secretarie van het desbetreffende regionale openbaar lichaam en van de gemeenten op wier grondgebied het betrekking heeft ter inzage. Artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing. De kennisgeving, bedoeld in het eerste lid van dat artikel, wordt door gedeputeerde staten tevens in de Staatscourant geplaatst.
7.

Het algemeen bestuur is verplicht bij de herziening van het regionaal structuurplan dit plan in overeenstemming te brengen met aanwijzingen als bedoeld in het tweede of vijfde lid. Voor zover die aanwijzingen betrekking hebben op een gebied, waarvoor geen regionaal structuurplan is vastgesteld, bestaat een overeenkomstige verplichting zodra het algemeen bestuur tot vaststelling van een regionaal structuurplan overgaat.
8.

Een ieder die bedenkingen heeft tegen een besluit als bedoeld in het eerste of vierde lid en aanwijzingen als bedoeld in het tweede of vijfde lid, kan deze als onderdeel van zijn zienswijze over het ontwerp voor het regionaal structuurplan, dat strekt ter uitvoering van dat besluit en die aanwijzingen, naar voren brengen.
9.

Indien het algemeen bestuur niet voldoet aan een verplichting, als bedoeld in het eerste of vierde lid, gaat Onze Minister onderscheidenlijk gaan gedeputeerde staten op kosten van het algemeen bestuur over tot het vaststellen of herzien van een regionaal structuurplan. Zolang de kennisgeving van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan nog niet heeft plaatsgevonden blijft het algemeen bestuur tot de vaststelling of herziening bevoegd.
10.

In het geval bedoeld in het negende lid zijn de artikelen 36c tot en met 36f van overeenkomstige toepassing, met dien verstande, dat Onze Minister in de plaats treedt onderscheidenlijk gedeputeerde staten in de plaats treden van het algemeen en het dagelijks bestuur van het regionaal openbaar lichaam.
11.

Een regionaal structuurplan dat ingevolge het negende lid is tot stand gekomen of herzien, staat gelijk aan een door het algemeen bestuur van het regionaal openbaar lichaam vastgesteld regionaal structuurplan.
Afdeling 3. Regionale bemoeienis met gemeentelijke planologische maatregelen
Artikel 36l
1.

Indien voor het gebied begrepen in een regionaal structuurplan een bestemmingsplan is vastgesteld en dit aan de goedkeuring van gedeputeerde staten wordt onderworpen, houden gedeputeerde staten bij hun besluit omtrent goedkeuring van dat bestemmingsplan rekening met het regionaal structuurplan.
2.

Voor zover het bestemmingsplan, bedoeld in het eerste lid, in strijd is met het regionaal structuurplan, vragen gedeputeerde staten het dagelijks bestuur van het regionaal openbaar lichaam om advies. Binnen vier weken na ontvangst van de adviesaanvraag bericht het dagelijks bestuur gedeputeerde staten, dat
a.

het regionaal structuurplan zal worden gewijzigd en het bestemmingsplan, vooruitlopend op die wijziging kan worden goedgekeurd, of
b.

aan het bestemmingsplan goedkeuring moet worden onthouden wegens strijd met het regionaal structuurplan.
3.

In een geval, bedoeld in het tweede lid, onder b, stellen gedeputeerde staten de termijn bedoeld in artikel 30, eerste lid, op drie maanden.
Artikel 36m

Voor zover in een gebied, begrepen in een regionaal structuurplan, toepassing wordt gegeven aan artikel 19 of 46, horen gedeputeerde staten tevens het dagelijks bestuur van het regionaal openbaar lichaam alvorens zij besluiten omtrent de verklaring van geen bezwaar.
Afdeling 4. Voorschriften van regionaal gezag inzake gemeentelijke planologische maatregelen
Artikel 36n

Voor zover een gemeente, waarvan grondgebied begrepen is in een regionaal structuurplan, weigert een bestemmingsplan voor dat gebied in overeenstemming te brengen met dat regionaal structuurplan, ondanks een daartoe strekkend verzoek van het regionaal openbaar lichaam, kan het dagelijks bestuur van dat openbaar lichaam gedeputeerde staten verzoeken toepassing te geven aan artikel 37, met dien verstande dat de aanwijzing, bedoeld in het vijfde lid van dat artikel, haar grondslag vindt in het regionaal structuurplan.

Wet op de Ruimtelijke Ordening - <- inhoudsopgave ->
Last Revision :
Last Editor :
Owner :


 
 

agentschap.nl

 

SIKB nieuws


 
 
Pagina gegenereerd in 1.74 seconden.