Oldest known version of this page was edited on 2007-12-30 23:04:06 by bas [ ]
Wet op de Ruimtelijke Ordening -
<- inhoudsopgave
Hoofdstuk XI. Slotbepalingen
Artikel 65
1.
Met het toezicht op de uitvoering en de handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren.
2.
De artikelen 5:13, 5:15, 5:16, 5:17 en 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing, mede met betrekking tot de uitvoering van verordeningen betreffende de ruimtelijke ordening.
3.
Onze Minister kan bij ministeriële regeling bepalen dat bestuursorganen die met de uitvoering of de handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast, daarbij aan te geven gegevens verstrekken aan de krachtens het eerste lid aangewezen ambtenaren. Bij de regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het tijdstip waarop, de frequentie waarmee en de vorm waarin de gegevens worden verstrekt. Tevens kan bij de regeling worden bepaald dat daarbij gestelde regels slechts gelden in daarbij aangegeven gevallen.
Artikel 66
Op de gezamenlijke voordracht van Onze Minister en van Onze Minister, die het mede aangaat, kunnen Wij bepalen, dat deze wet niet van toepassing is op een in Ons besluit aan te wijzen werk of werkzaamheid ten behoeve van de landsverdediging. Alvorens Ons een voordracht te doen horen Onze Ministers de Rijksplanologische Commissie.
Artikel 67 [Vervallen per 03-04-2000]
Artikel 68 [Vervallen per 03-04-2000]
Artikel 69
1.
Onderstaande personen hebben in de hierna genoemde gebieden van zonsopgang tot zonsondergang toegang tot alle terreinen, voor zover dat redelijkerwijs voor de uitvoering van deze wet nodig is:
1°.
in het gehele Rijk:
de voorzitter en de leden van de Rijksplanologische Commissie en de door Onze Minister aan te wijzen rijksambtenaren;
2°.
in een provincie: de door de commissaris van de Koning aan te wijzen personen;
3°.
in een gemeente:
de burgemeester en de door hem aan te wijzen personen.
2.
Wij kunnen bij algemene maatregel van bestuur voorschrijven dat ten aanzien van bepaalde plaatsen de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid slechts wordt uitgeoefend door bepaalde van de in het eerste lid genoemde personen.
3.
De in het eerste lid bedoelde personen verschaffen zich zo nodig de toegang met behulp van de sterke arm.
Artikel 70
Alle stukken, opgemaakt ter verkrijging van de beschikking door de gemeente over onroerende zaken ten einde uitvoering te kunnen geven aan een bestaand of toekomstig bestemmingsplan, zijn vrij van kosten van legalisatie en van griffiekosten.
Artikel 71
De kosten, voor de gemeente voortvloeiende uit de medewerking aan de uitvoering van deze wet, zijn uitgaven als bedoeld in artikel 193 van de Gemeentewet. Artikel 194 van die wet vindt toepassing.
Artikel 72
De bevoegdheid aan provinciale staten overeenkomstig artikel 145 van de Provinciewet en aan de gemeenteraad overeenkomstig artikel 149 van de Gemeentewet toekomende blijft ten aanzien van het onderwerp, waarin deze wet voorziet, gehandhaafd voor zover de door deze colleges te maken verordeningen niet met deze wet in strijd zijn.
Artikel 73
1.
Deze wet kan worden aangehaald als Wet op de Ruimtelijke Ordening.
2.
Zij treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven ten Paleize Soestdijk, 5 juli 1962.
JULIANA.
De Minister van Volkshuisvesting en Bouwnijverheid,
J. VAN AARTSEN.
De Minister van Justitie,
A. C. W. BEERMAN.
De Minister van Binnenlandse Zaken,
E. H. TOXOPEUS.
De Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen,
J. CALS.
De Minister van Financiën,
J. ZIJLSTRA.
De Minister van Defensie,
S. H. VISSER.
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
H. A. KORTHALS.
De Minister van Economische Zaken,
J. W. DE POUS.
De Minister van Landbouw en Visserij,
V. G. M. MARIJNEN.
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
G. M. J. VELDKAMP.
De Minister van Maatschappelijk Werk,
M. KLOMPÉ.
Wet op de Ruimtelijke Ordening -
<- inhoudsopgave
Last Editor :
Owner :