Architecten en Milieu-adviseurs
datebrief
 
Sorry: You can't edit this page !
Oldest known version of this page was edited on 2007-12-30 23:01:24 by bas [ ]

Wet op de Ruimtelijke Ordening - <- inhoudsopgave ->

Hoofdstuk IXA. Bezwaar en beroep
Artikel 54
1.

Afdeling 7.1 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op een besluit van Onze Minister als bedoeld in artikel 29, zesde lid.
2.

Een belanghebbende kan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beroep instellen tegen:
a.

een concrete beleidsbeslissing, een herziening of een intrekking daarvan, opgenomen in een planologische kernbeslissing, een streekplan of een regionaal structuurplan;
b.

een besluit inzake goedkeuring van een besluit van burgemeester en wethouders of de gemeenteraad tot uitwerking of tot wijziging van een bestemmingsplan;
c.

een besluit van burgemeester en wethouders of de gemeenteraad tot uitwerking of wijziging van een bestemmingsplan overeenkomstig artikel 11, zevende lid;
d.

een besluit omtrent goedkeuring van een bestemmingsplan of van de herziening of intrekking daarvan;
e.

een besluit van Onze Minister tot vervanging van het besluit van gedeputeerde staten omtrent goedkeuring van een bestemmingsplan of van de herziening of intrekking daarvan;
f.

een besluit omtrent een verzoek tot vergoeding van hogere kosten ten gevolge van het opnemen van bepalingen in een bestemmingsplan op verzoek of krachtens wettelijke bepaling;
g.

een besluit omtrent een verzoek om vergoeding van hogere kosten ten gevolge van het verlenen van vrijstelling of aanhouding van bouw- of aanlegvergunning op verzoek van een ander openbaar lichaam;
h.

een besluit van gedeputeerde staten omtrent vrijstelling als bedoeld in artikel 33, tweede lid;
i.

een besluit tot vrijstelling als bedoeld in artikel 40;
j.

een beschikking als bedoeld in artikel 41, eerste lid;
k.

een rijksprojectbesluit;
l.

een besluit als bedoeld in artikel 39j, eerste lid, voorzover dat besluit geen grondslag vindt in een concrete beleidsbeslissing in een planologische kernbeslissing of in een rijksprojectbesluit;
m.

besluiten als bedoeld in artikel 41c, eerste lid.
3.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beslist op:
a.

de beroepen, bedoeld in het tweede lid, onder d en e, binnen twaalf maanden na afloop van de beroepstermijn;
b.

een beroep als bedoeld in het tweede lid, onder k, binnen twaalf maanden na ontvangst van het verweerschrift, met dien verstande dat de Afdeling bestuursrechtspraak in bijzondere omstandigheden deze termijn met ten hoogste drie maanden kan verlengen;
c.

een beroep als bedoeld in het tweede lid, onder l en m, binnen zes maanden na ontvangst van het verweerschrift;
d.

op een beroep als bedoeld in het tweede lid, onder k en l, indien gelijktijdig beroep is ingesteld, binnen twaalf maanden na ontvangst van het verweerschrift, met dien verstande dat de Afdeling bestuursrechtspraak in bijzondere omstandigheden deze termijn met ten hoogste drie maanden kan verlengen.
4.

Indien het beroep een bestemmingsplan of een herziening daarvan betreft waarin ingevolge artikel 13, eerste lid, onderdelen zijn aangewezen ten aanzien waarvan de verwerkelijking van het plan in de naaste toekomst nodig wordt geacht, wordt het beroep behandeld vóór andere ingestelde beroepen als bedoeld in het derde lid.
5.

Indien tegen een beschikking als bedoeld in artikel 41 een beroep anders dan ingevolge het tweede lid, onder j, openstaat, blijven de bepalingen inzake dat beroep buiten toepassing.
6.

Indien tegen een rijksprojectbesluit tevens een beroep anders dan overeenkomstig het tweede lid, onder k, kan worden ingesteld, blijven de bepalingen inzake dat beroep buiten toepassing.
7.

Bij het beroep tegen een rijksprojectbesluit kunnen geen gronden worden aangevoerd die betrekking hebben op de concrete beleidsbeslissing in een planologische kernbeslissing, waarop dat besluit berust.
Artikel 55

Voor de mogelijkheid van beroep ingevolge hoofdstuk 8 van de Algemene wet bestuursrecht worden als één besluit aangemerkt:
a.

een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 15, tweede lid, 16, 19, eerste, of, in voorkomend geval, tweede lid, 46, zevende of tiende lid, en het besluit waarop de verklaring betrekking heeft;
b.

een besluit van Onze Minister als bedoeld in artikel 29, zevende lid, en een besluit van gedeputeerde staten als bedoeld in 28, tweede lid, voor zover niet vervangen;
c.

een besluit omtrent een verzoek om vrijstelling als bedoeld in artikel 40, eerste lid, en besluiten omtrent medewerking als bedoeld in artikel 40, derde, achtste en negende lid, en het besluit omtrent die vrijstelling;
d.

een besluit tot het verlenen van vrijstelling als bedoeld in artikel 40 en een besluit omtrent een beschikking als bedoeld in artikel 41, in onderlinge samenhang genomen;
e.

de beschikkingen, bedoeld in artikel 41, met betrekking tot de verwezenlijking van eenzelfde project;
f.

de besluiten, bedoeld in artikel 39j, eerste lid;
g.

indien ten behoeve van een project de paragrafen 2 en 3 van afdeling 1a van hoofdstuk Va gelijktijdig zijn toegepast, de besluiten, bedoeld in artikel 39j, eerste lid, en het rijksprojectbesluit;
h.

de besluiten, bedoeld in artikel 41c, eerste lid, met betrekking tot de verwezenlijking van eenzelfde project.
Artikel 55a [Vervallen per 03-04-2000]
Artikel 55b [Vervallen per 03-04-2000]
Artikel 55c [Vervallen per 03-04-2000]
Artikel 55d [Vervallen per 03-04-2000]
Artikel 55e [Vervallen per 03-04-2000]
Artikel 55f [Vervallen per 03-04-2000]
Artikel 55g [Vervallen per 03-04-2000]
Artikel 55h [Vervallen per 03-04-2000]
Artikel 55i [Vervallen per 03-04-2000]
Artikel 55j [Vervallen per 03-04-2000]
Artikel 55k [Vervallen per 03-04-2000]
Artikel 55l [Vervallen per 03-04-2000]
Artikel 55m [Vervallen per 03-04-2000]
Artikel 55n [Vervallen per 03-04-2000]
Artikel 56
1.

Voor de toepassing van artikel 6:13 van de Algemene wet bestuursrecht op een beroep als bedoeld in artikel 54, tweede lid, onder d en e, wordt het inbrengen van bedenkingen overeenkomstig artikel 27, eerste of tweede lid, aangemerkt als het naar voren brengen van zienswijzen als bedoeld in artikel 3:15 van de Algemene wet bestuursrecht.
2.

In afwijking van artikel 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State worden ingesteld door uitsluitend:
a.

het algemeen bestuur van het regionaal openbaar lichaam tegen een besluit van gedeputeerde staten tot onthouding van goedkeuring aan een regionaal structuurplan of een herziening daarvan;
b.

het in eerste aanleg bevoegde gezag tegen een besluit houdende een aanwijzing krachtens artikel 41, vierde lid.
Artikel 56a

In afwijking van artikel 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht vangt de beroepstermijn aan:
a.

in een geval als bedoeld in artikel 54, tweede lid, onder b, met ingang van de dag van terinzagelegging van het besluit omtrent goedkeuring overeenkomstig artikel 11, vijfde lid;
b.

in een geval als bedoeld in artikel 54, tweede lid, onder d, met ingang van de dag van terinzagelegging van het besluit omtrent goedkeuring overeenkomstig artikel 28, zesde lid of artikel 29, derde lid;
c.

in een geval als bedoeld in artikel 54, tweede lid, onder e, met ingang van de dag van terinzagelegging van het besluit van Onze Minister overeenkomstig artikel 29, zevende lid;
d.

in een geval als bedoeld in artikel 54, tweede lid, onder f, met ingang van de dag van terinzagelegging van het besluit van gedeputeerde staten overeenkomstig artikel 28, zesde lid;
e.

in een geval als bedoeld in artikel 56, tweede lid, onder b, met ingang van de dag na die waarop de beschikking waarop de aanwijzing betrekking heeft, is gegeven;
f.

voor beroepen tegen een of meer concrete beleidsbeslissingen of een herziening daarvan, in een planologische kernbeslissing die de grondslag vormt voor een rijksprojectbesluit of voor een besluit als bedoeld in artikel 39j, eerste lid, met ingang van de dag waarop beroep kan worden ingesteld tegen het rijksprojectbesluit of de herziening daarvan dan wel tegen een besluit als bedoeld in artikel 39j, eerste lid, met dien verstande dat indien niet binnen een jaar na het van kracht worden van de planologische kernbeslissing of de herziening daarvan een daarop berustend rijksprojectbesluit onderscheidenlijk een besluit als bedoeld in artikel 39j, eerste lid, is bekendgemaakt, de beroepstermijn aanvangt met ingang van de dag waarop dat jaar is verstreken;
g.

voor een beroep tegen een rijksprojectbesluit dat de grondslag vormt voor een besluit als bedoeld in artikel 39j, eerste lid, met ingang van de dag waarop beroep kan worden ingesteld tegen een besluit als bedoeld in artikel 39j, eerste lid, met dien verstande dat indien niet binnen een jaar na het van kracht worden van het rijksprojectbesluit een daarop berustend besluit als bedoeld in artikel 39j, eerste lid, is bekendgemaakt, de beroepstermijn aanvangt met ingang van de dag waarop dat jaar is verstreken; dit onderdeel is niet van toepassing in gevallen als bedoeld in onderdeel f.
Artikel 56b
1.

Indien gedurende de beroepstermijn met betrekking tot een besluit inzake goedkeuring van een bestemmingsplan, de uitwerking of wijziging of de herziening of intrekking daarvan of met betrekking tot een besluit tot uitwerking of wijziging als bedoeld in artikel 11, zevende lid, bij de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een verzoek om voorlopige voorziening is gedaan, wordt de werking van het besluit opgeschort totdat op het verzoek is beslist. Bij toewijzing van het verzoek geeft de voorzitter aan op welke onderdelen van het plan de voorlopige voorziening betrekking heeft.
2.

In geval van samenloop van een aanwijzing ingevolge artikel 37 met een aanwijzing ingevolge artikel 26 van de Luchtvaartwet, artikel 15 van de Tracéwet of artikel 7e van de Ontgrondingenwet begint de termijn van een jaar na afloop van de in artikel 38, tweede lid, onder a, b of c, bedoelde termijn voor Onze Minister of voor gedeputeerde staten te lopen met ingang van de dag na die waarop de beroepstermijn voor de aanwijzing krachtens de Luchtvaartwet, de Tracéwet of de Ontgrondingenwet afloopt. Indien gedurende de beroepstermijn bij de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een verzoek om voorlopige voorziening is gedaan, wordt de werking van de aanwijzing ingevolge artikel 37 opgeschort totdat op het verzoek is beslist.
3.

Indien tegen het besluit tot het verlenen van vrijstelling ingevolge artikel 40 beroep is ingesteld en binnen de beroepstermijn bij de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een verzoek om voorlopige voorziening is gedaan, begint de in artikel 40a, eerste lid, bedoelde termijn te lopen zodra dat verzoek is afgewezen.
Artikel 56c [Vervallen per 03-04-2000]
Artikel 56d [Vervallen per 03-04-2000]
Artikel 56e [Vervallen per 03-04-2000]
Artikel 56f [Vervallen per 03-04-2000]
Artikel 56g [Vervallen per 03-04-2000]
Artikel 56h [Vervallen per 03-04-2000]
Artikel 56i [Vervallen per 03-04-2000]
Artikel 56j [Vervallen per 03-04-2000]
Artikel 56k [Vervallen per 03-04-2000]
Artikel 56l [Vervallen per 03-04-2000]
Artikel 56m [Vervallen per 03-04-2000]
Artikel 56n [Vervallen per 03-04-2000]
Artikel 56o [Vervallen per 03-04-2000]

Wet op de Ruimtelijke Ordening - <- inhoudsopgave ->
Last Revision :
Last Editor :
Owner :


 
 

agentschap.nl

 

SIKB nieuws


 
 
Pagina gegenereerd in 0.85 seconden.