Architecten en Milieu-adviseurs
30-jul-2010
 

Regeling Bodemkwaliteit - Bijlage G - behorende bij artikel 4.2.1 - Formules bodemtypecorrectie

I. Formules bodemtypecorrectie bodem, bij toepassing van grond of baggerspecie volgens de toetsingskaders in paragraaf 2 en 3 van afdeling 2 van hoofdstuk 4 van het Besluit

De normwaarden voor toepassen van grond of baggerspecie op of in de bodem, zoals aangeduid in tabel 1 van bijlage B, zijn afhankelijk van het lutumgehalte en/of het organisch stofgehalte.

De formules voor correctie van de meetwaarden in grond en baggerspecie voor het bodemtype zijn overeenkomstig de formules hiervoor in bijlage A van de Circulaire streefwaarden en interventiewaarden bodemsanering.

Bij de beoordeling van de kwaliteit van de bodem of de partij toe te passen grond of baggerspecie, worden de in de tabellen opgenomen normwaarden (achtergrondwaarden en maximale waarden voor een standaardbodem) omgerekend naar de normwaarden voor de betreffende bodem, respectievelijk de partij toe te passen of te verspreiden grond of baggerspecie. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de gemeten gehalten aan organisch stof en lutum van de bodem, respectievelijk de partij toe te passen of te verspreiden grond en baggerspecie. De omgerekende maximale waarden kunnen vervolgens met de gemeten gehalten worden vergeleken.

Hierbij is het percentage aan organisch stof bepaald volgens NEN 5754.

Hierbij is het gehalte aan lutum: het gewichtspercentage minerale bestanddelen met een diameter kleiner dan 2 µm betrokken op het totale drooggewicht van de grond.

Metalen

Bij de omrekening van de normwaarden voor metalen worden de volgende bodemtypecorrectieformule gebruikt:

(MW)b,g,bs = (MW)sb x {{(A + (B x %lutum) + (C x %organisch stof)} / {(A + (B x 25) + (C x 10)}}

Waarin:

(MW)b,g,bs

=

maximale waarde of achtergrondwaarde die geldt voor de plaats van toepassen, respectievelijk voor de toe te passen of te verspreiden partij grond of baggerspecie, gecorrigeerd op basis van rekenkundige gemiddelde van het lutum- en organisch stofgehalte zoals gemeten in de bodem, respectievelijk de toe te passen grond of baggerspecie

(MW)sb

=

maximale waarde of achtergrondwaarde voor de standaardbodem, die geldt als toepassingseis voor de plaats van toepassen

% lutum

=

gemeten percentage lutum in de te beoordelen bodem, grond of baggerspecie. Voor bodem, grond of baggerspecie met een gemeten lutumgehalte van minder dan 2% wordt met een lutumgehalte van 2% gerekend.

   

Voor thermisch gereinigde grond en baggerspecie geldt de volgende uitzondering:

   

Bij de omrekening van de normwaarden voor Barium, wordt indien het lutumpercentage lager is dan 10%, met een lutumpercentage van 10% gerekend.

% organisch stof

=

gemeten percentage organisch stof in de te beoordelen bodem, grond of baggerspecie. Voor bodem, grond of baggerspecie met een gemeten organisch gehalte van minder dan 2% wordt met een organisch stofgehalte van 2% gerekend.

A,B,C

=

stof afhankelijke constanten voor metalen (zie tabel 1)


Tabel 1. Stofafhankelijke constanten voor metalen

Stof

A

B

C

Arseen

15

0,4

0,4

Barium

30

5

0

Berylium

8

0,9

0

Cadmium

0,4

0,007

0,021

Chroom

50

2

0

Kobalt

2

0,28

0

Koper

15

0,6

0,6

Kwik

0,2

0,0034

0,0017

Lood

50

1

1

Nikkel

10

1

0

Tin

4

0,6

0

Vanadium

12

1,2

0

Zink

50

3

1,5


noot

1Voor antimoon, molybdeen en thallium wordt geen bodemtypecorrectie gehanteerd

Organische verbindingen

Bij de omrekening naar standaardbodem voor organische verbindingen, met uitzondering van PAK’s, wordt gebruik gemaakt van de volgende bodemtypecorrectieformule:

(MW)b,g,bs = (MW)sb x (%organisch stof / 10)

Waarin:

(MW)b,g,bs

=

maximale waarde of achtergrondwaarde die geldt voor de plaats van toepassen, respectievelijk voor de toe te passen of te verspreiden partij grond of baggerspecie, gecorrigeerd op basis van rekenkundige gemiddelde van het lutum- en organisch stofgehalte zoals gemeten in de toe te passen grond of baggerspecie

(MW)sb

=

maximale waarde of achtergrondwaarde voor de standaardbodem, die geldt als toepassingseis voor de plaats van toepassen

% organisch stof

=

gemeten percentage organisch stof in de te beoordelen bodem, grond of baggerspecie. Voor bodem, grond of baggerspecie met gemeten organische stofgehalte van meer dan 30% respectievelijk minder dan 2%, wordt met organisch stofgehalten van 30%, respectievelijk 2% gerekend.


PAK’s

Bij PAK’s is de wijze van correctie naar de standaardbodem afhankelijk van het percentage organisch stof.

Voor PAK’s wordt geen bodemtypecorrectie voor bodems met een organisch stofgehalte tot 10% toegepast.

Tussen de 10% en 30% organisch stofgehalte wordt de volgende bodemtypecorrectieformule gebruikt:

(MW)b,g,bs = (MW)sb x (%organisch stof / 10)

Waarin:

(MW)b,g,bs

=

maximale waarde of achtergrondwaarde die geldt voor de plaats van toepassen, respectievelijk voor de toe te passen of te verspreiden partij grond of baggerspecie, gecorrigeerd op basis van rekenkundige gemiddelde van het lutum- en organisch stofgehalte zoals gemeten in de bodem, respectievelijk de toe te passen grond of baggerspecie

(MW)sb

=

maximale waarde of achtergrondwaarde voor de standaardbodem, die geldt als toepassingseis voor de plaats van toepassen

% organisch stof

=

gemeten percentage organisch stof in de te beoordelen bodem, grond of baggerspecie


Voor bodems met een organisch stofgehalte vanaf 30% wordt de volgende bodemtype-correctieformule gehanteerd:

(MW) b,g,bs = (MW) sb × 3

Waarin:

(MW) b,g,bs

=

maximale waarde of achtergrondwaarde die geldt voor de plaats van toepassen, respectievelijk voor de toe te passen of te verspreiden partij grond of baggerspecie, gecorrigeerd op basis van rekenkundige gemiddelde van het lutum- en organisch stofgehalte zoals gemeten in de bodem, respectievelijk de toe te passen grond of baggerspecie

(MW) sb

=

maximale waarde of achtergrondwaarde voor de standaardbodem, die geldt als toepassingseis voor de plaats van toepassen

% organisch stof

=

gemeten percentage organisch stof in de te beoordelen bodem, grond of baggerspecie


II. Formules bodemtypecorrectie bodem, bij toepassing van grond of baggerspecie volgens het toetsingskader van hoofdstuk 4, afdeling 2, paragraaf 1 van het Besluit

Bij vaststelling of sprake is van overschrijding van lokale maximale waarden, verloopt de bodemtypecorrectie volgens twee stappen:

1.

Omrekenen van de lokale maximale waarden voor de bodemkwaliteitszone naar gestandaardiseerde lokale maximale waarden, op basis van de gemiddelde lutum- en organische stofgehaltes in de betreffende bodemkwaliteitszone.

2.

Omrekenen van de gestandaardiseerde lokale maximale waarde naar de maximale waarden voor de toe te passen partij grond of baggerspecie, op basis van de gemiddelde lutum- en organische stofgehaltes in de toe te passen grond of baggerspecie.

Stap 2 verloopt volgens de beschrijving in deel I van deze bijlage.

De wijze van uitvoeren van stap 1 is hieronder beschreven.

Omrekenen lokale maximale waarden naar gestandaardiseerde lokale maximale waarden

Metalen

Bij de omrekening van lokale maximale waarden naar gestandaardiseerde lokale maximale waarden voor metalen wordt de volgende bodemtypecorrectieformule gebruikt:

(LMW) sb = (LMW) b / {{(A + (B × %lutum) + (C × %organisch stof)} / {(A + (B × 25) + (C × 10)}}

Waarin:

(LMW) sb

=

lokale maximale waarden gecorrigeerd naar standaardbodem

(LMW) b

=

lokale maximale waarden zoals vastgesteld door de gemeenteraad of de waterkwaliteitsbeheerder, niet gecorrigeerd naar lutum en organisch stof

% lutum

=

rekenkundig gemiddelde van de gemeten percentages lutum in de bodemkwaliteitszone of in het gebied waarop de lokale maximale waarden betrekking hebben.

Voor bodemkwalititeitszones met een gemeten lutumgehalte van minder dan 2%, wordt met een lutumgehalte van 2% gerekend.

% organisch stof

=

rekenkundig gemiddelde van de gemeten percentages organisch stof in de bodemkwaliteitszone of in het gebied waarop de lokale maximale waarden betrekking hebben.

Voor bodemkwaliteitszones met een gemeten organisch gehalte van minder dan 2% wordt een organisch stofgehalte van 2% gerekend.

A,B,C

=

stof afhankelijke constanten voor metalen (zie tabel 2)


Tabel 2 Stofafhankelijke constanten voor metalen

Stof

A

B

C

Arseen

15

0,4

0,4

Barium

30

5

0

Berylium

8

0,9

0

Cadmium

0,4

0,007

0,021

Chroom

50

2

0

Kobalt

2

0,28

0

Koper

15

0,6

0,6

Kwik

0,2

0,0034

0,0017

Lood

50

1

1

Nikkel

10

1

0

Tin

4

0,6

0

Vanadium

12

1,2

0

Zink

50

3

1,5


1 Voor antimoon, molybdeen en thallium wordt geen bodemtypecorrectie gehanteerd

Organische verbindingen

Bij de omrekening van lokale maximale waarden naar gestandaardiseerde lokale maximale waarden voor organische verbindingen, met uitzondering van PAK’s, wordt gebruik gemaakt van de volgende bodemtypecorrectieformule:

(LMW) sb = (LMW) b / (% organisch stof / 10)

Waarin:

(LMW) sb

=

lokale maximale waarden gecorrigeerd naar standaardbodem

(LMW) b

=

lokale maximale waarden zoals vastgesteld door de gemeenteraad of de waterkwaliteitsbeheerder, niet gecorrigeerd naar lutum en organisch stof

% organisch stof

=

gemeten percentage organisch stof in de te beoordelen bodem, grond of baggerspecie


PAK’s

Bij PAK’s is de wijze van correctie naar de standaardbodem afhankelijk van het percentage organisch stof. Voor PAK’s wordt geen bodemtypecorrectie voor bodems met een organisch stofgehalte tot en met10% toegepast. Van 10 % tot en met 29 % organisch stofgehalte wordt de volgende bodemtypecorrectieformule gebruikt:

(LMW) sb = (LMW) b / (% organisch stof / 10)

Waarin:

(LMW) sb

=

lokale maximale waarden gecorrigeerd naar standaardbodem

(LMW) b

=

lokale maximale waarden zoals vastgesteld door de gemeenteraad of de waterkwaliteitsbeheerder, niet gecorrigeerd naar lutum en organisch stof

% organisch stof

=

gemeten percentage organisch stof in de te beoordelen bodem, grond of baggerspecie


Voor bodems met een organisch stofgehalte vanaf 30 % wordt de volgende bodemtypecorrectieformule gehanteerd:

(LMW) sb = (LMW) b / 3

Waarin:

(LMW) sb

=

lokale maximale waarden gecorrigeerd naar standaardbodem

(LMW) b

=

lokale maximale waarden zoals vastgesteld door de gemeenteraad of de waterkwaliteitsbeheerder, niet gecorrigeerd naar lutum en organisch stof

% organisch stof

=

gemeten percentage organisch stof in de te beoordelen bodem, grond of baggerspecie


III. Formules bodemtypecorrectie bodem onder oppervlaktewater, bij toepassen en verspreiden van grond of baggerspecie in oppervlaktewater en verspreiden van baggerspecie over het aangrenzend perceel

Bij de beoordeling van de kwaliteit van de bodem of de partij toe te passen grond of baggerspecie in oppervlaktewater, worden de gemeten waarden voor de betreffende bodem, respectievelijk de partij toe te passen grond of baggerspecie omgerekend naar standaardbodem.

Voor verspreiden in zout water wordt geen bodemtypecorrectie toegepast.

De omrekening van gemeten gehalten in grond, baggerspecie of waterbodem naar een standaardbodem, is overgenomen uit de Vierde Nota Waterhuishouding en de Regeling vaststelling klassenindeling onderhoudsspecie. De omrekening naar standaardbodem vindt plaats op basis van individuele meetwaarden, alvorens andere berekeningen (bepalen gemiddelden of P95) worden uitgevoerd. Bij het standaardiseren wordt gebruik gemaakt van de gemeten gehalten aan organische stof en lutum. De gestandaardiseerde waarden worden, met inachtneming van de toetsingsregels, getoetst aan de normwaarden voor toepassen van grond of baggerspecie in oppervlaktewater, zoals die zijn opgenomen in tabel 2 van bijlage B.

Hierbij is het gemeten gehalte aan organisch stof: het gewichtspercentage gloeiverlies betrokken op het totale drooggewicht van de grond.

Hierbij is het gemeten gehalte aan lutum: het gewichtspercentage minerale bestanddelen met een diameter kleiner dan 2 µm betrokken op het totale drooggewicht van de grond.

De omrekening van gemeten gehalten in waterbodem, grond of baggerspecie naar een standaardbodem verloopt via de volgende formule:

Illustratie-243284

Hierin is:

G standaard

=

Gestandaardiseerd gehalte

G gemeten

=

Gemeten gehalte

A,B,C

=

Stof-afhankelijke constanten voor metalen (zie tabel 3)

% lutum

=

Gemeten gehalte aan lutum:

het gewichtspercentage minerale bestanddelen met een diameter kleiner dan 2 µm betrokken op het totale drooggewicht van de grond of baggerspecie.

Voor thermisch gereinigde grond en baggerspecie geldt de volgende uitzondering: indien het lutumpercentage lager is dan 10%, wordt bij de omrekening van de gemeten gehalten aan Barium met een lutumpercentage van 10% gerekend.

% organische stof

=

Gemeten gehalte aan organisch stof:

het gewichtspercentage gloeiverlies betrokken op het totale drooggewicht van de grond of baggerspecie. Het gehalte organische stof kan ook berekend worden uit het % organisch koolstof × 1,724.


Voor het percentage organisch stof is een minimum en maximumwaarde gedefinieerd (tabel 4). Voor het percentage lutum een minimumwaarde (tabel 5).

Tabel 3 Stofafhankelijke constanten voor metalen en organische verbindingen

Stof

A

B

C

Antimoon1

1

0

0

Arseen

15

0,4

0,4

Barium

30

5

0

Berylium

8

0,9

0

Cadmium

0,4

0,007

0,021

Chroom

50

2

0

Kobalt

2

0,28

0

Koper

15

0,6

0,6

Kwik

0,2

0,0034

0,0017

Lood

50

1

1

Molybdeen1

1

0

0

Nikkel

10

1

0

Thallium1

1

0

0

Tin

4

0,6

0

Vanadium

12

1,2

0

Zink

50

3

1,5

Organische verbindingen

0

0

1


noot

1 Voor antimoon, molybdeen en thallium wordt geen bodemtypecorrectie gehanteerd

Tabel 4 Minimum en maximumwaarde voor % organische stof

Stofgroep

Min

Max

Anorganische parameters

Organische parameters

2

30

PAK’s

10

30


Tabel 5 Minimum waarde % lutum

Stofgroep

Min

Max

Anorganische parameters

2