AFDELING 1. ERKENNING VAN PERSONEN EN INSTELLINGEN
Artikel 9
- Onze Ministers kunnen op aanvraag voor een werkzaamheid een erkenning verlenen aan een persoon of een instelling.
- De beschikking vermeldt ten minste de naam van de persoon of instelling, de werkzaamheid, de vestigingsplaats en, indien van toepassing, de naam van de natuurlijk persoon die werkzaam is voor de erkende persoon of instelling en die een van de bij regeling van Onze Ministers aangewezen handelingen uitvoert.
- Een erkenning wordt voor onbepaalde tijd verleend.
- Onze Ministers stellen lijsten met erkende personen en instellingen beschikbaar via een door hen aangewezen website. Het besluit tot aanwijzing van de website wordt in de Staatscourant geplaatst.
- Een erkenning is niet overdraagbaar.
Artikel 10
- Een aanvraag voor een erkenning wordt door middel van een door Onze Ministers vastgesteld formulier, ingediend bij Onze Ministers.
- Bij de aanvraag worden ten minste de volgende gegevens verstrekt:
- de naam en het adres van de aanvrager;
- de werkzaamheid waarop de aanvraag betrekking heeft;
- het certificaat of de accreditatie voor de werkzaamheid;
- de vestigingsplaats van de persoon of instelling;
- indien van toepassing, de naam en een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, die niet ouder is dan zes maanden, van de natuurlijk persoon als bedoeld in artikel 9, tweede lid.
- Onze Ministers kunnen nadere regels stellen met betrekking tot de in het tweede lid bedoelde gegevens.
Artikel 11
- Onze Ministers beslissen binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.
- Onze Ministers verlenen de erkenning geheel of gedeeltelijk, indien de desbetreffende persoon of instelling:
- niet in staat van faillissement of surseance van betaling verkeert; en
- heeft voldaan aan artikel 10, tweede lid.
- Bij regeling van Onze Ministers wordt aangegeven of een erkenning voor een werkzaamheid wordt gebaseerd op een certificaat of een accreditatie.
- Een erkenning kan geheel of gedeeltelijk worden geweigerd, indien de desbetreffende persoon of instelling of een bestuurder van deze persoon of instelling, in de drie jaren voorafgaande aan de aanvraag een wettelijk voorschrift heeft overtreden dat is gesteld bij of krachtens dit besluit, bij of krachtens één van de in artikel 21 of 22 genoemde wetten of artikel 225 van het Wetboek van Strafrecht, voor zover de overtreding verband houdt met een werkzaamheid.
- Een erkenning kan worden geweigerd in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.
Artikel 12
- Op verzoek van de erkende persoon of instelling kan de erkenning worden gewijzigd. Artikel 9, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
- Het verzoek wordt, door middel van een door Onze Ministers vastgesteld formulier, ingediend bij Onze Ministers. Artikel 10, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
- Onze Ministers beslissen binnen vier weken na de datum van ontvangst van het verzoek. Artikel 11, tweede en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 13
- Met een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 10, tweede lid, onder e, wordt gelijkgesteld een verklaring omtrent het gedrag afgegeven door een daartoe bevoegde instantie in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, op basis van onderzoekingen of documenten die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het beschermingsniveau dat met de nationale onderzoekingen of documenten wordt geboden, mits die verklaring niet ouder is dan zes maanden.
- Met een certificaat of accreditatie als bedoeld bij of krachtens dit besluit of in een normdocument wordt gelijkgesteld een certificaat of accreditatie afgegeven door een daartoe bevoegde instelling in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, op basis van onderzoekingen of documenten die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het beschermingsniveau dat met de nationale onderzoekingen of de normdocumenten wordt geboden.
- Met een erkenning wordt gelijkgesteld een erkenning of een vergelijkbare beschikking afgegeven door een daartoe bevoegde instantie in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, op basis van voorwaarden die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het beschermingsniveau dat met de voorwaarden, genoemd in artikel 10, tweede lid, wordt geboden. De artikelen 9, vierde lid, en 24 zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 14
Voor toepassing van de artikelen in Hoofdstuk 2 wordt onder «Onze Ministers» verstaan: Onze Minister en Onze Minister van Verkeer en Waterstaat.