Paragraaf 4.3. Milieuhygiënische verklaringen
Artikel 4.3.1. Splitsen van partijen
- Na splitsing van een partij kan voor de deelpartijen gebruik worden gemaakt van de milieuhygiënische verklaring voor de oorspronkelijke partij, mits het volgende wordt vastgelegd in de administratie:
- de relatie tussen de deelpartij en de oorspronkelijke partij,
- de persoon of instelling welke de splitsing heeft uitgevoerd, en
- de datum waarop de splitsing is uitgevoerd.
- Na splitsing van een partij die niet voldoet aan de achtergrondwaarden, opgenomen in de tabellen 1 en 2 in bijlage B, kan voor de deelpartijen gebruik worden gemaakt van de milieuhygiënische verklaring voor de oorspronkelijke partij, mits het volgende wordt aangegeven op het meldingsformulier:
- de relatie tussen de deelpartij en de oorspronkelijke partij,
- de persoon of instelling welke de splitsing heeft uitgevoerd, en
- de datum waarop de splitsing is uitgevoerd.
- Degene die de splitsing laat uitvoeren, is verantwoordelijk voor het gestelde in het eerste en het tweede lid.
Artikel 4.3.2. Samenvoegen van partijen
- Het samenvoegen van verschillende partijen grond of baggerspecie tot een partij die groter is dan 25m3, is uitsluitend toegestaan indien deze:
- in dezelfde bodemkwaliteitsklasse zijn ingedeeld, en
- zijn gekeurd en samengevoegd overeenkomstig BRL 9335 of BRL 7500, door een persoon of instelling die daartoe beschikt over een erkenning.
- Bij het samenvoegen van partijen grond of baggerspecie vervallen de milieuhygiënische verklaringen voor de oorspronkelijke partijen en verstrekt de persoon of instelling die de partijen heeft samengevoegd daarvoor een milieuhygiënische verklaring.
- Voor het samenvoegen van partijen grond of baggerspecie die kleiner zijn dan 100 ton, is het toegestaan om in afwijking van het eerste lid, onder a, partijen grond of baggerspecie van verschillende of onbekende bodemkwaliteitsklassen samen te voegen overeenkomstig BRL 9335 of BRL 7500.
Artikel 4.3.3. Partijkeuringen
- Voor een partijkeuring geldt dat:
- de grootte van de partij maximaal 10.000 ton bedraagt;
- monsters worden genomen die uit ten minste 100 aselect of systematisch als punten van een regelmatig raster over de hele partij genomen grepen bestaan.
- De grepen worden evenredig verdeeld over ten minste twee te analyseren mengmonsters, indien:
- bij toepassingen als bedoeld in artikel 63 van het besluit, de emissie wordt bepaald door middel van de kolomproef volgens NEN 7373 of NEN 7383;
- de emissie wordt berekend aan de hand van de fomule in Bijlage K, voor zover door slechte doorlatendheid van het onderzochte materiaal onvoldoende vloeistof door de kolom stroomt, en
- de berekende emissie, bedoeld onder b, kleiner is dan L/S=2 en voor het desbetreffende materiaal geen maximale emissiewaarden gelden.
- De uitkomst van de partijkeuring wordt vastgelegd in een milieuhygiënische verklaring, die ten minste de volgende gegevens bevat:
- de naam en het adres van de monsternemer en van het laboratorium;
- de data waarop monsterneming, monstervoorbehandeling en analyse zijn uitgevoerd;
- een verwijzing naar de gebruikte normdocumenten en methoden, en een onderbouwing van eventuele afwijkingen hiervan, indien deze het analyseresultaat kunnen beïnvloeden;
- het volledig ingevulde monsternemingsformulier en monsternemingsplan of een kopie daarvan;
- een beschrijving van de partij, waaronder ligging, kenmerken en partijgrootte;
- het analyserapport van het laboratorium, inclusief de rekenkundige gemiddelden van de gemeten gehalten en indien van toepassing de gemeten emissies, een onderbouwing van de gekozen parameters, en de verhouding tussen de meetwaarden en daaruit voortvloeiende conclusies;
- een uniek nummer.
- In afwijking van het eerste lid, onder a, geldt voor de bepaling van het gehalte aan asbest in de bodem en partijen grond overeenkomstig NEN 5707, een maximale partijgrootte van 2.000 ton.
- In afwijking van het eerste lid, onder b, kunnen monsters die zich bevinden onder een verhardingslaag of een diepe bodemlaag overeenkomstig VKB-protocol 1001 worden genomen.
Artikel 4.3.4. Bodemonderzoek
- Bodemonderzoeken zijn toegestaan als milieuhygiënische verklaring voor de kwaliteit van de bodem, mits deze voldoen aan de onderzoeksstrategieën, bedoeld in NEN 5740, voor:
- een onverdachte locatie;
- een grootschalig onverdachte locatie;
- een onbekende bodembelasting;
- de toetsing of er sprake is van een schone bodem;
- de toetsing of er sprake is van een schone bodem op grootschalige locaties;
- de partijkeuring van niet-schone grond uit een diffuus belast gebied met een heterogene verdeling van de verontreinigende stof.
- Bodemonderzoeken zijn toegestaan als milieuhygiënische verklaring voor de kwaliteit van de toe te passen grond, mits deze voldoen aan de onderzoeksstrategieën, bedoeld in NEN 5740, voor:
- de toetsing of sprake is van schone bodem;
- de toetsing of sprake is van schone bodem op grootschalige locaties;
- de partijkeuring van niet-schone grond uit een diffuus belast gebied met een heterogene verdeling van de verontreinigende stof.
- Bodemonderzoeken zijn toegestaan als milieuhygiënische verklaring voor de kwaliteit van baggerspecie en de bodem onder oppervlaktewater, mits deze voldoen aan het toepassinggebied, bedoeld in NEN 5720.
- Bodemonderzoek is niet noodzakelijk voor het verspreiden van baggerspecie als bedoeld in artikel 35, onder f en i, van het besluit, indien deze niet afkomstig is van oppervlaktewateren in de gebieden:
- die zijn bebouwd, daaronder begrepen kassen- en industriegebieden;
- waar regelmatig beroeps- of pleziermotorvaart plaatsvindt;
- waar geloosd wordt na de laatste keer dat er is gebaggerd;
- grenzend aan wegen met een verkeersintensiteit van meer dan 500 voertuigen per dag, tenzij het betreft bermsloten op een afstand van ten minste 15 meter waarin de wegriolering niet loost;
- met een oeverbeschoeiing die bestaat uit met gecreosoteerde olie behandeld hout;
- waarvan redelijkerwijs vermoed kan worden dat deze niet voldoen aan de maximale waarden voor het verspreiden van baggerspecie als bedoeld in artikel 35, onder f en i, van het besluit, of
- die niet zijn aangegeven in een beheerplan als bedoeld in artikel 4.6 van de Waterwet.
- Bij bodemonderzoeken als bedoeld in het eerste en derde lid kan onderzoek naar de kwaliteit van het grondwater en de kwaliteit van de grond van de ontvangende bodem, die zich bevindt op 0,5 meter en dieper onder het maaiveld, achterwege blijven.
Artikel 4.3.5. Bodemkwaliteitskaart
- Een kaart als bedoeld in artikel 47, onder a, 48, onder a, en 57, tweede lid, van het besluit, wordt opgesteld volgens de richtlijnen in bijlage D, onderdeel II, van deze regeling en voldoet aan de eisen in bijlage M van deze regeling.
- Op grond van een bodemkwaliteitskaart kan een milieuhygienische verklaring worden afgegeven van:
- de kwaliteit van de bodem;
- de grond of baggerspecie.
- Het bepaalde in het vorige lid, onder b, geldt alleen, indien:
- de toepassingslocatie en de plaats van herkomst van de grond of baggerspecie gelegen zijn binnen het gebied waarop de bodemkwaliteitskaart betrekking heeft, of
- de grond of baggerspecie afkomstig is van een bodembeheergebied, dat op grond van artikel 47 van het besluit als basis kan dienen voor milieuhygiënische verklaringen, en daarbinnen wordt toegepast, en
- voor alle gemeten stoffen de P95 van de bodemkwaliteitszone van de plaats van herkomst van de grond of baggerspecie op de toepassingslocatie niet leidt tot een overschrijding van de waarden, bedoeld in artikel 44, tweede lid, onder c, hetgeen wordt berekend met behulp van de risicomodule, bedoeld in artikel 4.8.1,
Artikel 4.3.6. Erkende kwaliteitsverklaringen
Voor het verkrijgen van een erkende kwaliteitsverklaring voor grond of baggerspecie is paragraaf 3.6 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor bouwstof grond of baggerspecie moet worden gelezen. Hierbij wordt volgens paragraaf 4.2 vastgesteld of, in afwijking van artikel 3.6.1, tweede lid, sprake is van overschrijding van de in de tabellen 1 en 2 van bijlage B opgenomen:
- achtergrondwaarden;
- maximale waarden voor de bodemkwaliteitsklasse wonen of industrie, of
- maximale waarden voor de bodemkwaliteitsklasse A of B volgens de eisen in en de partijkeuring uitgevoerd, volgens artikel 4.3.3, eerste lid.
Artikel 4.3.7. Fabrikant-eigenverklaringen
Voor het afgeven van een fabrikant-eigenverklaring voor grond of baggerspecie door een producent is paragraaf 3.5 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor bouwstof grond of baggerspecie moet worden gelezen. Hierbij wordt volgens paragraaf 4.2 vastgesteld of, in afwijking van artikel 3.5.1, eerste lid, sprake is van overschrijding van de in de tabellen 1 en 2 in bijlage B opgenomen achtergrondwaarden en de partijkeuring uitgevoerd volgens artikel 4.3.3, eerste lid.