Artikel 3.2.1. Bepaling volume kleinste eenheid op basis van afmetingen
- De bepaling of een bouwstof vormgegeven is, vindt plaats door het volume van de kleinste eenheid van de desbetreffende bouwstof te bepalen, indien de bouwstof bestaat uit elementen van ongeveer gelijke grootte.
- Het volume van een bouwstof wordt bepaald door de afmetingen ervan te bepalen en door van het totale volume het volume van de holten en gaten in het oppervlak af te trekken.
- Indien het volume van een bouwstof tussen 50 cm3 en 100 cm3 is, wordt het volume nader bepaald door onderdompeling van het element in water op de wijze, bepaald in hoofdstuk 8 van NEN-EN 13383-2 en door berekening met de in bijlage F aangegeven formule.
Artikel 3.2.2. Bepaling volume kleinste eenheid op basis van zeefproef
- De bepaling of een bouwstof vormgegeven is, vindt plaats door de korrelverdeling te bepalen met behulp van een zeefproef indien het een granulaire bouwstof betreft met een opbouw in korrelverdeling. Hierbij worden aselect over de hele partij zes monsters genomen uit een statische partij of drie monsters uit een stroom.
- Voor elk monster wordt één greep genomen volgens hoofdstuk 4.5 van NEN-EN 13383-2.
- De monsters zijn minimaal zo groot dat de getalswaarde van de massa in kg ten minste tweemaal de getalswaarde bedraagt van de d95 in mm. Hierbij is de d95 gelijk aan de maat van de zeef, waardoor ten minste 95% van de massa van een monster valt.
- De korrelverdeling van de monsters wordt bepaald volgens hoofdstuk 5 van NEN-EN 13383-2.
- Indien de korrelverdeling voldoet aan het gestelde in bijlage F, wordt de bouwstof aangemerkt als bouwstof met een volume per kleinste eenheid van 50 cm3.
Artikel 3.2.3. Bepaling duurzame vormvastheid
Een bouwstof, met uitzondering van de bouwstoffen genoemd in bijlage F, geldt als duurzaam vormvast indien deze in een diffusieproef volgens NEN 7375 gedurende 64 dagen minder massaverlies vertoont dan:
- 1500 g/m2 voor lichtgebonden steenmengsels voor wegfunderingen, beproefd direct na een verhardingstijd van 28 dagen,
- 500 g/m2 voor lichtgebonden steenmengsels, beproefd direct na een verhardingstijd van 91 dagen (verharding bij 20 °C en bij een relatieve vochtigheid van tenminste 90%),
- 200 g/m2 voor cementgebonden minerale reststoffen, die worden toegepast als gebonden fundering in de GWW conform BRL 9322, of
- 30 g/m2 voor alle andere materialen.