Architecten en Milieu-adviseurs
datebrief
 

Regeling Bodemkwaliteit - Hoofdstuk 3 - Bouwstoffen - paragraaf 3.1 - bepaling bouwstofkarakter materiaal

  • Aangemaakt door admin op 10 Mei 2008
  • Laatst aangepast door pieter op 04 Nov 2011

Artikel 3.1.1. Monsterneming en voorbehandeling

  1. Ingeval het onduidelijk is of een materiaal als bouwstof moet worden aangemerkt, worden de totaalgehalten aan silicium, calcium of aluminium daarin bepaald. Hiertoe worden aselect over de hele partij ten minste twaalf grepen genomen, die ieder worden verdeeld over drie mengmonsters.
  2. De mengmonsters worden voorbehandeld door ze te drogen bij 40 °C volgens NVN 7312.
  3. Elk mengmonster wordt verkleind met een kruisslagmolen of een vergelijkbare molen met een zeef van 500 µm. Vervolgens wordt het mengmonster verdeeld door middel van roterend verdelen, overeenkomstig NVN 7312 hoofdstuk 7.7.2. Per mengmonster wordt één deelmonster van minimaal 250 gram verder vermalen tot 250 µm met gebruik van hoofdstuk 7.6.3 ‘Verkleinen tot deeltjes kleiner dan 125 µm’ van NVN 7312. De verkleinde deelmonsters worden geanalyseerd volgens artikel 3.1.2.
  4. Indien het materiaal bestaat uit elementen of proefstukken, worden daarvan stukken van ten minste 80 gram afgehaald. Het vierde lid, de tweede volzin uitgezonderd, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 3.1.2. Analyse en berekening

  1. De ontsluiting van de deelmonsters en de analyse van silicium, calcium of aluminium daarin worden uitgevoerd overeenkomstig ASTM-norm D 3682-01.
  2. Voor de berekening van de massa’s silicium, calcium en aluminium in de deelmonsters en van het gemiddelde percentage van deze stoffen in de bouwstof, wordt de werkwijze gehanteerd, zoals beschreven in bijlage E.
  3. De uitkomsten van de monsterneming, de analyse en de berekening worden vastgelegd in een rapportage.


 
 

agentschap.nl

 

SIKB nieuws


 
 
Pagina gegenereerd in 1.85 seconden.