Paragraaf 3. Toetsingskader voor grootschalige toepassingen
Artikel 62
Deze paragraaf is niet van toepassing op het toepassen van grond of baggerspecie in de Nederlandse territoriale zee.
Artikel 63
- Een toepassing van grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 35, onder a, c tot en met e, in een laagdikte van minimaal twee meter en een minimale omvang van 5000 m3 hoeft niet te voldoen aan de eisen die daaraan in afdeling 2, paragraaf 1 en 2, worden gesteld, mits
- de kwaliteit van de grond of baggerspecie voldoet aan:
- de bij regeling van Onze Ministers vast te stellen maximale emissiewaarden, en
- bij toepassing op of in de bodem, uitgezonderd de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam, de maximale waarden voor de bodemfunctieklasse industrie, bedoeld in artikel 55, tweede lid;
- bij toepassing in een oppervlaktewaterlichaam, de maximale waarden voor de bodemfunctieklasse industrie, bedoeld in artikel 55, tweede lid, onderscheidelijk de interventiewaarden, en
- op de desbetreffende grond of baggerspecie een leeflaag of een laag bouwstoffen wordt aangebracht.
- De kwaliteit van de grond of baggerspecie wordt, in afwijking van het bepaalde in het eerste lid, onderdeel a, onder i, niet getoetst aan de maximale emissiewaarden in de bij regeling van Onze Ministers te bepalen gevallen.
- De leeflaag, bedoeld in het eerste lid, onder b, heeft een minimale dikte van een halve meter. Bij regeling van Onze Ministers kunnen op grond van milieuhygiënische overwegingen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de dikte van de leeflaag of de laag bouwstoffen.
- Op het aanbrengen van een leeflaag zijn de eisen die in afdeling 2, paragraaf 1 en 2, aan het toepassen van grond of baggerspecie worden gesteld van overeenkomstige toepassing.
- In afwijking van het eerste lid, aanhef, geldt voor de toepassingen, bedoeld in artikel 35, onder a, een laagdikte van minimaal een halve meter, indien:
- het de aanleg of het wijzigen van Rijkswegen, provinciale en gemeentelijke wegen en spoorwegen betreft; en
- op de desbetreffende grond of baggerspecie in afwijking van het eerste lid, onder b, een aaneengesloten laag bouwstoffen wordt aangebracht, met uitzondering van de bijbehorende bermen en taluds.
- In het geval, bedoeld in het vijfde lid, voldoet de kwaliteit van de grond of baggerspecie in de bermen of taluds van Rijkswegen, provinciale wegen of spoorwegen tot aan een fysieke afscheiding met een maximum van 10 meter vanaf de rand van de verharding of het ballastbed, aan de maximale waarden van de bodemfunctieklasse industrie.
Artikel 64
- Bij regeling van Onze Ministers kunnen aan de toepassing van grond of baggerspecie, bedoeld in artikel 63, eerste en vijfde lid, nadere regels worden gesteld ter bescherming van de kwaliteit van de omliggende bodem, het grondwater of oppervlaktewaterlichamen.
- Bij regeling van Onze Ministers kunnen regels worden gesteld met betrekking tot beheersmaatregelen met het oog op de instandhouding van de toepassing, bedoeld in artikel 63, eerste en vijfde lid.