Architecten en Milieu-adviseurs
30-jul-2010
 

Besluit Bodemkwaliteit - hoofdstuk 4. grond en baggerspecie - afd. 2 par. 2

Paragraaf 2. Generiek toetsingskader voor de algemene toepassing


Artikel 54

Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing, indien geen besluit als bedoeld in de artikelen 44, 45 of 46 is genomen.

Artikel 55

1. Burgemeester en wethouders leggen uiterlijk een half jaar na inwerkingtreding van dit besluit op een kaart de bodemfunctieklassen, zijnde industrie of wonen, van het gebied binnen hun gemeente, waarop of waarin de grond of baggerspecie zal worden toegepast, vast.

2. Bij regeling van Onze Ministers worden voor de bodemfunctieklassen, bedoeld in het eerste lid, maximale waarden vastgesteld.

3. Bij regeling van Onze Ministers worden de eisen vastgesteld waaraan de kaart, bedoeld in het eerste lid, moet voldoen.

4. Indien geen kaart is vastgesteld als bedoeld in het eerste lid, kan alleen grond of baggerspecie worden toegepast, die de achtergrondwaarden niet overschrijdt.

5. Dit artikel is niet van toepassing op het toepassen van grond of baggerspecie in oppervlaktewater.

Artikel 56

1. Indien de kwaliteit van de bodem waarop of waarin de grond of baggerspecie wordt toegepast, voldoet aan de achtergrondwaarden, dan wel voor deze bodem niet de bodemfunctieklasse wonen of industrie geldt, is uitsluitend het toepassen van grond of baggerspecie toegestaan, waarvan de kwaliteit de achtergrondwaarden niet overschrijdt.

2. Het eerste lid geldt niet voor:
  1. het toepassen van grond of baggerspecie door natuurlijke personen anders dan in de uitoefening van beroep of bedrijf;
  2. het toepassen van grond of baggerspecie binnen een landbouwbedrijf, indien de grond of baggerspecie afkomstig is van een tot dat landbouwbedrijf behorend perceel waarop een vergelijkbaar gewas wordt geteeld als op het perceel waar de grond of baggerspecie wordt toegepast;
  3. het toepassen van baggerspecie, als bedoeld in artikel 35, onder f en i;
  4. het toepassen van baggerspecie in oppervlaktewater, als bedoeld in artikel 35, onder g.

Artikel 57

1. Bij regeling van Onze Ministers wordt de bodem ingedeeld in bodemkwaliteitsklassen en worden voor de bodemkwaliteitsklassen maximale waarden vastgesteld.

2. Het bevoegd gezag kan de bodemkwaliteitsklassen, bedoeld in het eerste lid, vastleggen op een kaart.

Artikel 58

1. Indien het bevoegd gezag de bodemkwaliteitsklasse niet heeft vastgelegd op een kaart, stelt degene die voornemens is grond of baggerspecie toe te passen de bodemkwaliteitsklasse vast op de bij regeling van Onze Ministers bepaalde wijze. Hierbij worden gegevens gebruikt die afkomstig zijn van een persoon of een instelling die beschikt over een erkenning.

2. Het eerste lid geldt niet voor:
  1. natuurlijke personen anders dan in de uitoefening van beroep of bedrijf;
  2. degene die voornemens is grond of baggerspecie toe te passen binnen een landbouwbedrijf, indien de grond of baggerspecie afkomstig is van een tot dat landbouwbedrijf behorend perceel waarop een vergelijkbaar gewas wordt geteeld als op het perceel waar de grond of baggerspecie wordt toegepast;
  3. degene die voornemens is baggerspecie toe te passen, als bedoeld in artikel 35, onder f, g en i.

3. Het eerste lid is niet van toepassing op het toepassen van grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 35, eerste lid, onder h, met een duur van korter dan 6 maanden.

Artikel 59

1. Voor het toepassen van grond of baggerspecie, bedoeld in artikel 35, onder a tot en met e, op of in de bodem, uitgezonderd de bodem onder oppervlaktewater, overschrijdt de kwaliteit van de grond of baggerspecie niet:
  1. de maximale waarden voor de bodemfunctieklasse wonen of industrie; en
  2. de maximale waarden voor de bodemkwaliteitsklassen.

2. Voor het op of in de bodem onder oppervlaktewater toepassen van grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 35, onder a en c tot en met e, en het op of in de bodem toepassen van grond en baggerspecie als bedoeld in artikel 35, onder h, overschrijdt de kwaliteit van de grond of baggerspecie niet de waarden, bedoeld in het eerste lid, onder b.

3. Onverminderd het bepaalde in het tweede lid, overschrijdt bij toepassing in oppervlaktewater de kwaliteit van de grond niet de maximale waarden voor de bodemfunctieklasse industrie.

Artikel 60

1. Bij het toepassen van baggerspecie, bedoeld in artikel 35, onder f, g en i, overschrijdt de kwaliteit van de baggerspecie de daarvoor bij regeling van Onze Ministers vastgestelde maximale waarden niet.

2. Voor toepassing van het eerste lid worden erven en gronden die door een weg, voetpad of andere constructie of door een te smalle grondstrook om de baggerspecie te ontvangen van de watergang gescheiden zijn, als aan de watergang grenzend perceel aangemerkt.

Artikel 61

Onze Ministers overwegen ten minste eenmaal in de tien jaar in hoeverre de waarden, bedoeld in de artikelen 55, eerste lid, en 57, derde lid, herziening behoeven en stellen de Staten-Generaal in kennis van hun bevindingen daaromtrent.