Architecten en Milieu-adviseurs
datebrief
 

circulaire bodemsanering 2009 - 5. Proces bodemsanering

  • Aangemaakt door bas op 13 Jun 2009
  • Laatst aangepast door bas op 22 Okt 2011

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het proces van het vaststellen van spoed en het bereiken van de saneringsdoelstelling. Eerst wordt in detail ingegaan op de te doorlopen stappen van de risicobeoordeling. Op basis van de risicobeoordeling stelt het bevoegd gezag Wbb vast of al dan niet met spoed dient te worden gesaneerd. Het resultaat van het nader onderzoek en de risicobeoordeling worden vastgelegd in de beschikking „ernst en spoed‟. Ook wordt aangegeven welke aspecten in de beschikking „ernst en spoed‟ kunnen worden opgenomen. Tot slot wordt ingegaan op de verschillende mogelijkheden voor de aanpak van de sanering: in één keer, gefaseerd of een deelsanering.

5.1 Stappenplan risicobeoordeling

Bij een vermoeden van bodemverontreiniging worden locaties op enig moment onderzocht om vast te stellen of er sprake is van een geval van ernstige verontreiniging. Voor gevallen van ernstige verontreiniging dient de spoed van de sanering te worden vastgesteld. Dit gebeurt op basis van een risicobeoordeling (zie paragraaf 3.1). Het bepalen van de risico's vindt in eerste instantie plaats door middel van een standaard risicobeoordeling. Deze risicobeoordeling is een technische vertaling van de uitgangspunten van het saneringscriterium. Hiervoor wordt een generiek model gebruikt waarbij berekeningen op een aantal punten kunnen worden aangepast aan de heersende omstandigheden. Deze praktisch toepasbare systematiek is bruikbaar voor alle locaties (met uitzondering van waterbodems) in Nederland. De beoordeling is generiek en aan de veilige kant. Uitgangspunt is dat in de meeste gevallen met deze standaard risicobeoordeling kan worden volstaan.

Het is echter mogelijk dat in meer complexe situaties een uitgebreidere beoordeling van de risico‟s wordt uitgevoerd waarbij de locatiespecifieke omstandigheden in beschouwing worden genomen. Omdat een locatiespecifieke risicobeoordeling gericht is op de locatie en er gebruik gemaakt kan worden van metingen in plaats van berekeningen, wordt een gedetailleerder en genuanceerder beeld verkregen van de risico‟s. Zodra een locatiespecifieke beoordeling is uitgevoerd dient de besluitvorming hierop gebaseerd te worden.

De risicobeoordeling vindt plaats in drie stappen die hierna worden toegelicht. Stap 1 en 2 dienen altijd te worden uitgevoerd. Stap 3 is niet verplicht maar kan worden uitgevoerd als de initiatiefnemer of het bevoegd gezag Wbb dit wenselijk acht. In figuur 1 zijn de stappen van de risicobeoordeling alsmede van sanering en beheer schematisch weergegeven. In bijlage 2 is een toelichting opgenomen op de drie stappen van de risicobeoordeling

circulaire_bodemsanering_2006_schema_1 

Stap 1: vaststellen geval van ernstige verontreiniging
Het doel van stap 1 is vast te stellen of er op de locatie sprake is van een geval van ernstige verontreiniging. Dit wordt vastgesteld op basis van een nader onderzoek. Stap 1 kan leiden tot de volgende resultaten:
* Geen geval van ernstige verontreiniging
Indien er geen sprake is van een geval van ernstige verontreiniging hoeft verder niet te worden nagegaan of er sprake is van onaanvaardbare risico's ten gevolge van de aanwezigheid van de verontreiniging.
* Geval van ernstige verontreiniging -> stap 2: standaard risicobeoordeling
Indien er sprake is van een geval van ernstige verontreiniging volgt altijd de volgende stap: het uitvoeren van een standaard risicobeoordeling (stap 2).

Stap 2: standaard risicobeoordeling
Het doel van stap 2 is om voor het geval van ernstige verontreiniging, of een deel ervan, vast te stellen of er sprake is van onaanvaardbare risico‟s. Met een standaard risicobeoordelingsmethode wordt getoetst of de aanwezige verontreiniging bij het huidige en/of toekomstige gebruik risico‟s oplevert die onaanvaardbaar zijn voor de mens (humaan), voor het ecosysteem (ecologisch) of uit het oogpunt van verspreiding van verontreiniging. Het toekomstige gebruik wordt bepaald door de initiatiefnemer, maar moet wel passen binnen de ruimte die het bestemmingsplan geeft. De risicobeoordelingsmethode is generiek waarbij de parameters aan de veilige kant zijn gekozen. De risicobeoordeling wordt uitgevoerd als onderdeel van het in stap 1 genoemde nader onderzoek. Stap 2 kan leiden tot de volgende resultaten:
* Risico niet onaanvaardbaar
Indien uit de standaard risicobeoordeling volgt dat de aanwezige bodemverontreiniging bij het huidige of toekomstige gebruik geen onaanvaardbare risico‟s oplevert, is het niet noodzakelijk om met spoed te saneren. Wel is een beperkingenregistratie van het geval van ernstige verontreiniging nodig. Bovendien kan een vorm van beheer nodig zijn, dit ter beoordeling door het bevoegd gezag Wbb.
* Risico onaanvaardbaar -> spoedig saneren
Indien uit de standaard risicobeoordeling volgt dat (een deel van) de aanwezige bodemverontreiniging bij het huidige of toekomstige gebruik onaanvaardbare risico‟s oplevert is spoedig saneren van dat deel van het geval van ernstige verontreiniging vereist. In paragraaf 5.3 is aangegeven welke maatregelen genomen kunnen worden.
* Risico onaanvaardbaar -> stap 3: locatiespecifieke risicobeoordeling
Indien uit de standaard risicobeoordeling volgt dat (een deel van) de aanwezige verontreiniging bij het huidige of toekomstige gebruik onaanvaardbare risico‟s oplevert kan er, gelet op de mogelijke overschatting van de risico‟s in de toegepaste methodieken in stap 2, aanleiding zijn te verwachten dat een meer specifieke risicobeoordeling voor het betreffende geval van ernstige verontreiniging tot een andere conclusie leidt. De initiatiefnemer kan er voor kiezen om een dergelijke locatiespecifieke risicobeoordeling (stap 3) aansluitend aan de standaard risicobeoordeling uit te voeren. Ook het bevoegd gezag Wbb kan aangeven dat een locatiespecifieke beoordeling plaats moet vinden, indien zij dat noodzakelijk acht met het oog op de besluitvorming.

Stap 3: locatiespecifieke risicobeoordeling
Het doel van stap 3 is om voor het geval van ernstige verontreiniging, of voor het relevante deel ervan, te toetsen of het resultaat van de standaard risicobeoordeling in stap 2 („risico onaanvaardbaar‟) door een locatiespecifiek onderzoek tot een andere conclusie leidt of dat het resultaat van stap 2 wordt bevestigd en nader wordt onderbouwd. Tevens kan het resultaat van stap 3 leiden tot een betere dimensionering van de saneringsmaatregelen. Stap 3 kan leiden tot de volgende resultaten:
* Risico niet onaanvaardbaar
Indien uit de locatiespecifieke risicobeoordeling volgt dat de aanwezige bodemverontreiniging bij het huidige of toekomstige gebruik geen onaanvaardbare risico‟s oplevert is spoedig saneren niet noodzakelijk. Wel is een beperkingenregistratie van het geval van ernstige verontreiniging nodig. Bovendien kan een vorm van beheer nodig zijn, dit ter beoordeling door het bevoegd gezag Wbb.
* Risico onaanvaardbaar -> spoedig saneren
Indien de locatiespecifieke risicobeoordeling tot dezelfde conclusie leidt als de standaard risicobeoordeling in stap 2, dan wordt bevestigd dat (een deel van) de aanwezige bodemverontreiniging bij het huidige of toekomstige gebruik onaanvaardbare risico‟s oplevert. Spoedig saneren van dat deel van het geval van ernstige verontreiniging is vereist. In paragraaf 5.3 is aangegeven welke maatregelen genomen kunnen worden.

5.2 Beschikking „ernst en spoed‟

In de beschikking „ernst en spoed‟ kunnen de onderstaande zaken worden opgenomen indien sprake is van onaanvaardbare risico‟s bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik:
* de mate van verontreiniging en omvang (van het onderzochte deel) van het geval van ernstige verontreiniging;
* de beperkingenregistratie van het geval van ernstige verontreiniging;
* welke onaanvaardbare risico‟s aanwezig zijn bij het huidige gebruik of voorgenomen gebruik;
* welk deel van de verontreiniging de onaanvaardbare risico‟s veroorzaakt;
* wanneer de sanering(sfasen) moet(en) starten;
* wanneer (het) saneringsplan(nen) moet(en) worden ingediend;
* welke tijdelijke beveiligingsmaatregelen moeten worden getroffen en wanneer verslag moet worden gedaan van de uitvoering van die maatregelen;
* welke beheermaatregelen in het belang van de bescherming van de bodem genomen moeten worden voor het deel van het geval van ernstige verontreiniging waarvoor is vastgesteld dat er geen sprake is van onaanvaardbare risico‟s en wanneer verslag moet worden gedaan van de uitvoering van die maatregelen. Hieronder worden onder andere verstaan:
   o monitoringmaatregelen met daaraan gekoppelde rapportageverplichtingen;
   o maatregelen ter voorkoming van verspreiding;
   o gebruiksbeperkingen;
* welke relevante wijzigingen in het gebruik moeten worden gemeld aan het bevoegd gezag Wbb.
In de beschikking „ernst en spoed‟ kan het volgende worden opgenomen indien er geen sprake is van onaanvaardbare risico‟s bij het huidige dan wel voorgenomen gebruik:
* de mate van verontreiniging en omvang (van het onderzochte deel) van het geval van ernstige verontreiniging;
* de vaststelling dat er bij het huidige of voorgenomen gebruik geen sprake is van onaanvaardbare risico's;
* de beperkingenregistratie van het geval van ernstige verontreiniging;
* welke beheermaatregelen in het belang van de bescherming van de bodem genomen moeten worden en wanneer verslag moet worden gedaan van de uitvoering van die maatregelen. Hieronder worden onder andere verstaan:
   o monitoringmaatregelen met daaraan gekoppelde rapportageverplichtingen;
   o maatregelen ter voorkoming van verspreiding;
   o gebruiksbeperkingen;
* welke relevante wijzigingen in het gebruik moeten worden gemeld aan het bevoegd gezag Wbb.
Voor de beschikking ‟ernst en spoed‟ geldt dat geen sprake kan zijn van een „pro forma spoed‟ beschikking. Voor elk geval van ernstige verontreiniging dient altijd een standaard risicobeoordeling te worden uitgevoerd op basis waarvan kan worden bepaald of de sanering al dan niet met spoed dient te worden uitgevoerd.

5.3 Sanering in fasen, beheer en deelsanering

Het uitgangspunt bij bodemsanering is dat alle gevallen van ernstige verontreinig worden gesaneerd. Het saneringscriterium verplicht om tenminste dat deel van het geval van ernstige verontreiniging dat leidt tot onaanvaardbare risico‟s spoedig te saneren. Als de situatie daartoe aanleiding geeft kunnen tevens beheermaatregelen worden opgelegd voor het overige deel van het geval van ernstige verontreiniging. De aanpak zal per geval verschillen. De wet kent meerdere mogelijkheden om een flexibele aanpak te ondersteunen: de gefaseerde sanering, de deelsanering en de tijdelijke beveiligingsmaatregelen. Uiteraard is het streven om voor het gehele geval de gewenste eindsituatie zo snel mogelijk te bereiken. Bij relatief kleine gevallen die met spoed gesaneerd dienen te worden zal de sanering van het hele geval in één keer de voorkeur hebben. Tot het moment dat onaanvaardbare risico's definitief worden weggenomen door te saneren kunnen deze risico's worden beperkt door het nemen van tijdelijke beveiligingsmaatregelen.

Gefaseerde sanering
Op grond van artikel 38 lid 3 van de Wbb is het mogelijk om een sanering gefaseerd uit te voeren. Bij relatief grote en/of complexe gevallen sluit een gefaseerde uitvoering van de sanering vaak beter aan op de dynamiek van de locatie. Hierbij wordt in het saneringsplan aangegeven hoe het gehele geval in fasen zal worden gesaneerd. De diverse saneringsfasen zijn daarbij op hoofdlijnen uitgewerkt en gepland, de totale sanering is begroot en eventuele nazorg is beschreven. Het saneringsplan wordt beschikt, waarna per fase een gedetailleerde uitwerking van de maatregelen wordt ingediend en getoetst aan de beschikking. Een gefaseerde sanering is vooral goed toepasbaar indien in grote lijnen bekend is welke ontwikkelingen op een locatie plaats zullen vinden maar deze in verschillende perioden zullen worden gerealiseerd. Het bevoegd gezag Wbb maakt zichtbaar in de motivering van de beschikking op welke manier rekening wordt gehouden met de omstandigheden van het geval en de plannen die een initiatiefnemer voor een locatie heeft.

Deelsanering
Artikel 40 van de Wbb maakt het uitvoeren van deelsaneringen mogelijk indien het belang van bescherming van de bodem zich daartegen niet verzet. Het belang van bescherming van de bodem kan met name in het geding komen in situaties waarbij er sprake is van verspreiding van verontreiniging via grondwater. In die situaties is een gefaseerde sanering geschikter. Het verschil met een gefaseerde sanering is dat niet voor het gehele geval van ernstige verontreiniging een saneringsplan wordt opgesteld maar slechts voor een deel ervan. Ook het nader onderzoek hoeft niet per se het gehele geval in kaart te brengen. De beschikking „ernst en spoed‟ is dan gebaseerd op het onderzochte deel van het geval van ernstige verontreiniging. De deelsanering moet dus voortaan worden gezien als een volwaardige vorm van sanering. Verplicht met spoed saneren is gekoppeld aan onaanvaardbare risico‟s en daar waar geen sprake is van onaanvaardbare risico‟s is langdurig beheer van aanwezige verontreiniging toegestaan.

De deelsanering is tengevolge van de laatste wetswijziging sterk verruimd, met het oogmerk dat de flexibiliteit in de uitvoering van de sanering groter wordt, en daardoor sanering ook goed kan aansluiten bij gewenste activiteiten. De bevoegde overheid moet bij het afwegen van de optimale aanpak het belang van de bescherming van de bodem in acht nemen. Enerzijds moet ruimte worden geboden voor snelle uitvoering van onderzoek en sanering op maat, anderzijds moet die snelheid er niet toe leiden dat risico‟s niet worden onderkend. Als die informatie nog tekort schiet, bijvoorbeeld omdat het geval nog niet in kaart is gebracht, kan de afweging worden gemaakt wel op korte termijn een deelsanering te laten uitvoeren op grond van beperkt onderzoek, onder de voorwaarde dat verder onderzoek moet plaatsvinden om meer inzicht te krijgen in het hele geval.

Een deelsanering kan worden uitgevoerd voor het onderzochte deel van het geval van ernstige verontreiniging waar sprake is van onaanvaardbare risico‟s en waar de beschikking „ernst en spoed‟ betrekking op heeft.

Natuurlijk kan een deelsanering ook plaatsvinden als er geen sprake is van onaanvaardbare risico‟s, maar sanering wordt uitgevoerd ten behoeve van een gewenste ontwikkeling op de locatie. Vaak zal het nader onderzoek bij een deelsanering in verband met een bouwplan zich beperken tot het gedeelte waar gebouwd gaat worden.



 
 

agentschap.nl

 

SIKB nieuws


 
 
Pagina gegenereerd in 0.99 seconden.