Architecten en Milieu-adviseurs
datebrief
 

Besluit Bodemkwaliteit - hoofdstuk 4. grond en baggerspecie - afd. 1 par. 1

  • Aangemaakt door admin op 12 Okt 2011
  • Laatst aangepast door admin op 22 Okt 2011

AFDELING 1. ALGEMENE BEPALINGEN


Paragraaf 1. Algemeen


Artikel 34

  1. Bij regeling van Onze Ministers wordt de wijze bepaald waarop wordt vastgesteld of een materiaal aan te merken is als grond of baggerspecie.
  2. Voor de toepassing van dit besluit wordt onder grond of baggerspecie mede verstaan, grond of baggerspecie die is vermengd met ten hoogste 20 gewichtsprocenten bodemvreemd materiaal.
  3. Op grond van milieuhygiënische overwegingen kunnen onze Ministers voor een toepassing van grond of baggerspecie een lager gewichtspercentage bodemvreemd materiaal vaststellen dan genoemd in het derde lid en hierover en over soorten toegestaan bodemvreemd materiaal nadere regels stellen.

Artikel 35

Dit hoofdstuk is van toepassing op de volgende handelingen:

  1. toepassing van grond of baggerspecie in bouw- en weg constructies, waaronder mede worden begrepen wegen, spoorwegen en geluidswallen;
  2. toepassing van grond of baggerspecie op of in de bodem, met uitzondering van de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam, in ophogingen van industrieterreinen, woningbouwlocaties en landbouw- en natuurgronden, met het oog op het verbeteren van de bodemgesteldheid;
  3. toepassing van grond of baggerspecie voor het afdekken van een locatie die wordt gesaneerd als bedoeld in hoofdstuk IV, paragraaf 3 van de Wet bodembescherming, als afdeklaag voor een stortplaats als bedoeld in artikel 8.47, eerste lid respectievelijk derde lid, van de Wet milieubeheer, of als afdeklaag voor een voormalige stortplaats met het oog op het voorkomen van nadelige gevolgen voor de functionele eigenschappen die de bodem voor mens, plant of dier heeft als gevolg van contact met het onderliggende materiaal;
  4. toepassing van grond of baggerspecie in ophogingen in waterbouwkundige constructies en voor het verondiepen en dempen van een oppervlaktewaterlichaam met het oog op de hoogwaterbescherming, de doelstellingen van artikel 4 van de Kaderrichtlijn water, de bevordering van de natuurwaarden en de vlotte en veilige afwikkeling van de scheepvaart;
  5. toepassing van grond of baggerspecie in aanvullingen, waaronder mede wordt verstaan de herinrichting en stabilisering van voormalige winplaatsen voor delfstoffen, of met het oog op onderhoud en herstel van de toepassingen, bedoeld in onderdeel a tot en met d;
  6. verspreiding van baggerspecie uit een watergang over de aan de watergang grenzende percelen, met het oog op het herstellen of verbeteren van de aan de watergang grenzende percelen;
  7. verspreiding van baggerspecie in een oppervlaktewaterlichaam, met het oog op de duurzame vervulling van de ecologische en morfologische functies van het sediment, behoudens op of in uiterwaarden, gorzen, slikken, stranden en platen, met uitzondering van de daarbinnen gelegen aangrenzende percelen van watergangen met het oog op het herstellen of verbeteren van die percelen;
  8. tijdelijke opslag van grond of baggerspecie, bestemd voor de toepassingen, bedoeld in onderdeel a tot en met e gedurende maximaal drie jaar op of in de bodem, met uitzondering van de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam, of gedurende maximaal tien jaar in een oppervlaktewaterlichaam;
  9. tijdelijke opslag van baggerspecie, bestemd voor één van de toepassingen, bedoeld in onderdeel a tot en met f, gedurende maximaal drie jaar op percelen gelegen naast de watergang waaruit de baggerspecie afkomstig is.

Artikel 36

  1. Het is verboden grond of baggerspecie die gevaarlijke afvalstoffen zijn toe te passen.
  2. Dit hoofdstuk is niet van toepassing op de volgende handelingen:
    1. het toepassen van grond of baggerspecie waarvan de samenstelling de interventiewaarde overschrijdt, tenzij artikel 44, tweede lid, of artikel 45, tweede lid van toepassing is;
    2. het op of in de bodem brengen van producten die overeenkomstig de krachtens artikel 4 van de Meststoffenwet gestelde regels als meststof mogen worden verhandeld;
    3. handelingen waarop het Besluit uniforme saneringen van toepassing is, tenzij bij of krachtens dat besluit anders is bepaald.
  3. Het tijdelijk verplaatsen of uit de toepassing wegnemen van grond of baggerspecie is toegestaan zonder inachtnemening van de artikelen 38 tot en met 64, indien deze vervolgens, zonder te zijn bewerkt, op of nabij dezelfde plaats en onder dezelfde conditie opnieuw in die toepassing wordt aangebracht.

Artikel 37

  1. Het is verboden om grond of baggerspecie toe te passen in strijd met de artikelen 5, eerste lid, 7, 38, 42, 44, 45, 46, 52, 59, 60, 63 en 64 van dit besluit.
  2. Bij regeling van Onze Ministers worden regels gesteld ten aanzien van de wijze waarop een overschrijding wordt vastgesteld van waarden, gesteld bij of krachtens de artikelen, genoemd in het eerste lid.


 
 

agentschap.nl

 

SIKB nieuws


 
 
Pagina gegenereerd in 0.54 seconden.