Praten over waterstof is één, maar invoering is een ander verhaal. Daarom heeft de overheid in augustus het startsein gegeven voor een vijfjarig onderzoeksproject naar gebruik van waterstof in de energiestructuur. Aan dit EET-programma doen een groot aantal instituten en bedrijven mee.
Dit zijn: Rijksuniversiteit Groningen, Gasunie, TU Delft, TU Eindhoven, Hoekloos, Gemeenteliujk havenbedrijf Rotterdam, Electrabel, Ecoceramics en adviesbureau E i.d.
Projectleider Levinsky: "Om heel Nederland van energie te voorzien heeftg het weinig zin om zonnecellen met een rendement van pakweg 15% electriciteit te laten produceren voor de electrolyse van water"
Volgens de Groningse hoogleraar verbrandingstechnologie heeft ook nu al het bijmengen met waterstof, bijvoorbeeld uit de petrochemie, het voordeel dat Nederland langer kan genieten van zijn resterende aardgasvoorraden en dat de uitstoot van CO2 afneemt. Vorig jaar verklaarde de
Twenste hoogleraar en Gastec-medewerker prof.dr.ir. M. Wolters op een symposium in Ede dat het technisch geen probleem is om 17% waterstof bij te mengen in het aardgasnet.
Volgens Levinsky is het besef dat waterstof en aardgas zeer uiteenlopende verbrandingseigenschappen hebben zeer belangrijk. Waterstof verbrandt vijfmaal sneller dan aardgas, aardgas brandt alleen bij vijf tot vijftien procent in lucht. Waterstof heeft echter een veel grotere verbrandingszone, namelijk van vier tot vijfenzeventig procent. In tegenstelling tot beide gassen afzonderlijk is de kennis van de mengsels van waterstof en aardgas gering. Daarom dat in het onderzoeksprogramma een prominente plaats is gegeven aan deze aspecten.
De TU Eindhoven concentreert zich op de verbrandingssnelheid (zowel laminair als turbulent) die bepalend is voor de vlaminslag in allerlei gasaparatuur, varieerend van gastoestellen tot gasturbines.
Ook veiligheid komt in het onderzoek uitgebreid aan de orde. Bij het grote publiek roept waterstof associaties op met het exploderen van de Hindenburg in 1937. Volgens Levinsky is waterstof niet gevaarlijker dan aardgas, als het maar onder de goede veiligheidscondities wordt gebruikt.
Opvallend is dat er, naast het EET-programma, in juni 2002 ook een nationaal onderzoeksprogramma duurzaam waterstof van start is gegaan onder de vlag van het NWO-katalyseplatform ACTS (Advanced Catalytic Technologies for Sustainability). Dit programma moet de technisch wetenschappelijke kennis opleveren voor een duurzame waterstofeconomie. Centraal staat materiaalonderzoek, opslag- en transportmogelijkheden en het ontwerpen van reactoren en katalysatoren. Dit programma richt zich op de toekomst, waarin waterstof een onafhankelijke energiedrager is. Het programma van EET richt zich op de overgangsperiode. Op punten waar de activiteiten toch dichter bij elkaar liggen, doen de programmabureau's hun best om overlap te voorkomen.