De versoepeling betreft vooral "intermediate chemicals". Dat zijn tussenproducten die tijdens een chemisch productieproces ontstaan maar direct weer in iets anders worden omgezet. Volgens Wallström betreft dit 13 tot 15 procent van alle chemicaliën, die in omloop zijn.
Als deze tussenproducten onder normale omstandigheden niet in contact kunnen komen met mens en milieu, zal de stoffenwetgeving er niet voor gelden. Is sprake van beperkt contact, dan zal een vereenvoudigd registratieproces van toepassing zijn met een minimum aan tests.
De vereenvoudigde registratie zou ook moeten gaan gelden voor alle polymeren.
De Commissie schat dat het stoffenbeleid in de nu voorgestelde vorm de Europese chemische industrie 1,4 tot 7 miljard euro gaat kosten, uitgesmeerd over elf jaar. Daar zou tegenover staan dat misschien de oorzaak kan worden opgehelderd van allergieën die de samenleving alles bij elkaar 29 miljard per jaar kosten.
Voor de industrie gaan de concessies echter nog lang niet ver genoeg. De Duitse werkgeversorganisatie BDI heeft al eens laten becijferen dat het stoffenbeleid twee miljoen banen kan kosten, omdat de chemie door de hoge kosten Europa uit wordt gejaagd.