Architecten en Milieu-adviseurs
30-jul-2010
 
Milieu De Europese Unie heeft het Nederlandse chemicalienbeleid in de koelkast gezet.  Dit meldt het Greenpeace magazine van januari 2003.Per 1 januari zou, na anderhalf jaar voorbereiding, een eerste deel van het SOMS (strategisch omgaan met gevaarlijke stoffen) beleid van kracht worden in Nederland. Dit is voorlopig van de baan, mede door de zware lobby die de chgemische industrie bij de EU heeft ingezet. Als verklaring geeft de EU dat landen niet vooruit mogen lopen op Europese o­ntwikkelingen. Op de pagina van VROM is hierover echter nog niets te vinden.
De complete tekst van de strategische nota SOMS is hier te vinden.
De samenvatting van de strategische nota SOMS:

<FONT face=ADScalaCaps-Romein size=6>Samenvatting

<FONT face=ADScala-Bold size=2>Algemeen kader
<FONT face=ADScala-Romein size=2>Het stoffenbeleid heeft een belangrijke functie in met name het milieu-, arbeidsomstandigheden- en consumentenbeschermingsbeleid. Het kabinet streeft met het nieuwe stoffenbeleid, zoals dat in deze strategienota is beschreven, naar versterking van en synergie tussen deze beleidsterreinen.

<FONT face=ADScala-Bold size=2>Resultaten 20 jaar stoffenbeleid
<FONT face=ADScala-Romein size=2>Het nationale en internationale stoffenbeleid heeft als doel een zodanig verantwoord omgaan met stoffen dat de veiligheid en bescherming van mens en milieu op hoog niveau gewaarborgd is bij toepassing van en blootstelling aan stoffen. Het internationaal breed geaccepteerd beleidsinstrument risicomanagement is daarbij behulpzaam.

De inspanningen van de afgelopen twintig jaar op dit terrein hebben bijgedragen aan een schoner en veiliger milieu voor mens en ecosystemen. Als voorbeeld kan genoemd worden de reductie van emissies van prioritaire stoffen in Nederland, die mede tot stand is gekomen door maatregelen in het kader van de doelgroepconvenanten. Het initiatief van de (internationale)

chemische industrie om een actieprogramma te starten voor dataverzameling en beoordeling van stoffen die in zeer grote hoeveelheden worden geproduceerd geeft aan dat het bedrijfsleven zich bewust is van de noodzaak om verantwoord met stoffen om te gaan.

<FONT face=ADScala-Bold size=2>Reden voor zorg

<FONT face=ADScala-Romein size=2>Ondanks de genoemde successen bestaat er in veel landen, waaronder Nederland,

zorg om de kwaliteit van de leef- en werkomgeving en de veiligheid van stoffen en producten die worden gebruikt. Het aantal stoffen waarvan de emissies naar het milieu met succes zijn teruggebracht is immers beperkt.

Daarentegen neemt de productie en het gebruik van (nieuwe) stoffen in o­nze samenleving sterk toe. Het huidig beleidsinstrumentarium is tot nu toe niet adequaat gebleken om het percentage stoffen waarvoor met succes beleid is gevoerd ten opzichte van het totaal aantal stoffen dat in o­nze samenleving geproduceerd en gebruikt wordt te verhogen. In de afgelopen jaren is bovendien duidelijk geworden dat een aantal milieuproblemen, bijvoorbeeld emissies van stoffen uit zogeheten puntbronnen, wel goed beheersbaar is maar een aantal andere is dat niet, bijvoorbeeld de emissies uit een groot aantal producten en diffuse bronnen.

Ook het zeer grote aantal stoffen dat direct en indirect, o­nder andere via producten, in o­ns arbeids- en leefmilieu terechtkomt en waarvan o­nvoldoende bekend is wat de inherente gevaren voor de gezondheid en de effecten op de leefomgeving zijn, zijn reden van zorg. Bovendien bestaat zorg over de lange termijn gezondheidseffecten, zoals schade aan zenuwstelsel en het nageslacht, die mogelijkerwijs als gevolg van chronische blootstelling (in de leefomgeving maar ook beroepsmatig in het arbeidsmilieu) kunnen o­ntstaan.

Daarnaast zijn er met een zekere regelmaat berichten over het vóórkomen van gevaarlijke stoffen in verafgelegen natuurgebieden of in het vetweefsel of organen van dieren aan de top van de voedselketen of zelfs van mensen.

Dergelijke zeer persistente, bioaccumulerende stoffen in het milieu zijn een punt van zorg omdat deze stoffen nauwelijks meer uit o­nze leefomgeving

<FONT face=ADScala-Romein size=1>1

<FONT face=ADScala-Romein size=2>verwijderd kunnen worden. Dit soort incidenten en berichten, en het nog steeds voorkomen van beroepsziekten als gevolg van blootstelling aan stoffen,

draagt bij aan een afbrokkelend vertrouwen van burgers in de bescherming van gezondheid en milieu door overheid en bedrijven.

<FONT face=ADScala-Bold size=2>De problemen die opgelost moeten worden

<FONT face=ADScala-Romein size=2>Een groot deel van de genoemde zorg kan worden teruggevoerd op o­nder andere de volgende punten:

<P align=left>? Van de meeste van de tienduizenden stoffen die op de markt zijn, zijn essentiële gegevens beperkt voorhanden en in nog mindere mate openbaar toegankelijk. Inzicht in de kwaliteit van wel beschikbare gegevens o­ntbreekt in veel gevallen. Mede daardoor bestaat er slechts beperkt inzicht in de mogelijke problemen voor mens en milieu als gevolg van het gebruik van deze stoffen;

<P align=left>? Er is o­nzekerheid of er sprake kan zijn van nieuwe gezondheids- of milieuproblemen met bepaalde stoffen, gezien bijvoorbeeld de hormoonverstorende werking van sommige stoffen;

<P align=left>? De kennis die wel voorhanden is wordt o­nvoldoende doorgegeven in de keten van gebruikers, waardoor noodzakelijke maatregelen, waaronder substitutie van gevaarlijke stoffen door minder gevaarlijke, niet altijd worden genomen en het milieu dus nodeloos wordt belast. Er is dus sprake van een matige invulling van preventie en voorzorg;

<P align=left>? Risicobeperkende maatregelen worden daardoor veelal pas genomen als problemen daadwerkelijk zijn opgetreden. En dan nog zijn die maatregelen door het o­ntbreken van voldoende ?risicobewustzijn? lang niet altijd adequaat. Ook het voorkomen van problemen verder in de keten, door bijvoorbeeld substitutie van gevaarlijke stoffen door minder gevaarlijke,

krijgt o­nvoldoende gestalte;

<P align=left>? De bewijslast voor de risico?s voor mens en ecosysteem van een stof, of bepaalde toepassingen van die stof, ligt in vele gevallen grotendeels en soms geheel bij de overheid die hier o­nvoldoende invulling aan kan geven;

<P align=left>? Het in Europees verband bereiken van overeenstemming binnen de huidige procedure van risicomanagement is een zeer zorgvuldig maar tijdrovend en arbeidsintensief proces, waardoor tot nu toe slechts een zeer bescheiden aantal stoffen de Europese risicobeoordeling hebben doorlopen en er voor nog minder stoffen risicoreducerende maatregelen zijn afgesproken en uitgevoerd.

<FONT face=ADScala-Bold size=2>Een nieuw stoffenbeleid: een ambitieus doel

<FONT face=ADScala-Romein size=2>Gezien de genoemde zorg en de gesignaleerde problemen is een nieuw stoffenbeleid noodzakelijk met als primair doel het realiseren van een schoon milieu en een gezonde werk- en leefomgeving voor de mens. In meer operationele termen betekent dit: <FONT face=ADScala-BoldItalic size=2>zorg dragen voor een zodanig veilig gebruik van stoffen,

in alle fasen van de levenscyclus (van chemisch product via (consumenten)producten naar afval en hergebruik), dat mens en milieu geen -of verwaarloosbare- gevaren en risico?s lopen. Ook in de werkomgeving dienen veiligheids- en gezondheidsrisico?s als gevolg van beroepsmatig gebruik van stoffen te worden geminimaliseerd.

<FONT face=ADScala-Romein size=2>Het is de wens van het kabinet om dit doel binnen één generatie, uiterlijk 2020, te realiseren. Gezien de internationale dimensie van het omgaan met

<FONT face=ADScala-Romein size=1>2

<FONT face=ADScala-Romein size=2>stoffen is het realiseren van dit doel mede afhankelijk van de o­ntwikkelingen in het internationale beleid in de EU.

<FONT face=ADScala-Bold size=2>Belangrijke elementen van het nieuwe beleid

<FONT face=ADScala-Romein size=2>Het nieuwe stoffenbeleid moet zodanig worden vormgegeven dat de bovengenoemde punten van zorg worden weggenomen en de o­nderkende problemen worden opgelost. De verwachting is dat dit kan worden gerealiseerd door,

naast grondige verbeteringen in de thans traag werkende beleidsinstrumenten <P align=left>(waaronder het instrument risicomanagement), ook nieuwe elementen aan het stoffenbeleid toe te voegen zoals:

<P align=left>? implementatie van het voorzorgprincipe (ruimte voor maatregelen op basis van voorzorg);

<P align=left>? ?public right to know? (het openbaar beschikbaar zijn van informatie over gevaren en risico?s van stoffen en producten);

<P align=left>? het op zeer korte termijn verzamelen van gegevens over gevaarseigenschappen van stoffen en producten;

<P align=left>? kwaliteitsverbetering van stoffenbeleid op o­ndernemingsniveau (zorg voor de veiligheid van producten en productieproces);

<P align=left>? invulling van de ketenverantwoordelijkheid (met name op het terrein van communicatie over gevaren, risico?s en beheersmaatregelen);

<P align=left>? het niet meer gebruiken van stoffen en producten die een o­naanvaardbaar gevaar of risico met zich meedragen;

<P align=left>? geen carcinogene, mutagene, reprotoxische (CMR) stoffen of zeer persistente,

bioaccumulerende, toxische (PBT) stoffen in consumentenproducten en open toepassingen en het zoveel mogelijk vermijden van dergelijke stoffen in industriële toepassingen;

<P align=left>? streven naar beëindigen van emissies van persistente, bioaccumulerende,

toxische (PBT) stoffen binnen 1 generatie, uiterlijk 2020.

<FONT face=ADScala-Bold size=2>Tripartiet overleg in Nederland

<FONT face=ADScala-Romein size=2>In Nederland is in 1999, in nauwe samenwerking tussen rijksoverheid, het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties in het kader van het programma SOMS -Strategie Omgaan Met Stoffen- begonnen met het verkennen van de problemen van het huidig beleid en met het bespreken van de meest geschikte oplossingen daarvan met als doel deze oplossingen zoveel als mogelijk is in Nederland te implementeren en in te brengen in de beleidsvernieuwing van het EU stoffenbeleid. Twee jaar intensieve samenwerking tussen de genoemde partijen heeft tevens geleid tot de aankondiging van een intentieverklaring van het Nederlandse bedrijfsleven inzake de beleidsvernieuwing stoffen.

<FONT face=ADScala-Bold size=2>Strategie omgaan met stoffen

<FONT face=ADScala-Romein size=2>In deze nota geeft het kabinet aan op welke wijze, indachtig de internationale context van het stoffenbeleid, de beleidsvernieuwing nationaal maar ook internationaal gestalte dient te krijgen. Het in de nota geschetste stoffenbeleid omvat in principe alle stoffen in alle toepassingen. Evenwel zal het nieuwe stoffenbeleid zich primair richten op de zogeheten bestaande<FONT face=ADScala-Romein size=1>1 <FONT face=ADScala-Romein size=2>en nieuwe<FONT face=ADScala-Romein size=1>2

<FONT face=ADScala-Romein size=1>1 <FONT face=ADScala-Romein size=1>Met bestaande stoffen wordt bedoeld stoffen die op de EINECS-lijst staan (circa 100.000 stofnamen).

Alleen voor stoffen die als prioritair worden aangewezen moet een basisset (van gegevens) worden aangeleverd.

<FONT face=ADScala-Romein size=1>2 <FONT face=ADScala-Romein size=1>Nieuwe stoffen zijn stoffen die na 18 september 1981 zijn o­ntwikkeld of op de (wereld)markt zijn gebracht. Voor het op de markt brengen van deze stoffen moeten gegevens (over gevaren en risico?s) worden aangeleverd.

3

<FONT face=ADScala-Romein size=2>stoffen, hoewel het nieuwe beleid op termijn ook consequenties kan hebben voor geneesmiddelen, diergeneesmiddelen, landbouw- en niet-landbouwbestrijdingsmiddelen die in feite ook deze stoffen bevatten. Met dit nieuwe stoffenbeleid streeft het kabinet synergie na tussen het milieu-, arbeidsveiligheid-

en consumenten beschermingsbeleid. De nadruk bij de uitwerking ligt evenwel op de bescherming van mens en milieu in het kader van het milieubeleid.

<FONT face=ADScala-Bold size=2>Verstandig, voorzichtig en met voorzorg omgaan met stoffen

<FONT face=ADScala-Romein size=2>Het kabinet stelt als centraal beleidsuitgangspunt dat een verankering van de verantwoordelijkheid van bedrijven en een kwaliteitsverbetering binnen de bedrijven een noodzakelijke voorwaarde is voor het verstandig, voorzichtig en met voorzorg omgaan met stoffen binnen de bedrijven zelf en door de keten van bedrijven heen. Daarmee sluit het nieuwe stoffenbeleid aan bij een recent SER advies (Advies over maatschappelijk o­ndernemen: de winst van waarden, 15 december 2000). Een integrale aanpak van milieu en arbeidsomstandigheden en consumenten bescherming heeft daarbij de voorkeur.

Een dergelijke kwaliteitsverbetering binnen bedrijven en verankering van ketenverantwoordelijkheid vereist dat het bedrijfsleven:

<P align=left>? een kader schept binnen bedrijf, bedrijfstak en branche voor duurzaam o­ndernemen waarbinnen de verantwoordelijkheid voor veilig omgaan met stoffen en producten en de daar bijbehorende acties een duidelijke plaats heeft;

<P align=left>? op basis van de eigen verantwoordelijkheid, binnen de door de overheid geschapen algemene beleidskaders over beheersen van gevaren en risico?s, actie o­nderneemt teneinde de risico?s en gevaren van stoffen en producten, in elke fase van de levenscyclus, te minimaliseren;

<P align=left>? ten behoeve van deze acties, gegevens genereert over gevaren en risico?s van stoffen en producten en deze kennis beoordeelt en laat beoordelen <P align=left>(verifiëren) en beschikbaar stelt (bijvoorbeeld in de vorm van adequate en complete veiligheidsinformatiebladen en overige op de gebruiker toegesneden documenten);

<P align=left>? (publiek) verantwoording aflegt over de o­ndernomen acties.

De overheid verwacht van het bedrijfsleven dat deze beschikt over o­nder andere:

<P align=left>? aantoonbaar gekwalificeerd personeel, dat afdoende is voorgelicht en geïnstrueerd;

<P align=left>? deskundigheid op het gebied van veiligheid/gezondheid/milieu ten aanzien van chemische producten (stoffen);

<P align=left>? een managementstructuur die voldoende waarborg biedt voor een objectieve beoordeling en besluitvorming inzake gevaren en risico?s van stoffen;

<P align=left>? een adequaat, verifieerbaar, controleerbaar en openbaar register van chemische producten;

<P align=left>? een op het gebied van stoffen adequate risico-inventarisatie en -evaluatie conform art. 5 van de Arbeidsomstandighedenwet;

<P align=left>? een borging van de maatregelen en eisen die invulling geven aan het verstandig, voorzichtig en met voorzorg omgaan met stoffen;

<FONT face=ADScala-Romein size=1>4

<FONT face=ADScala-Bold size=2>Openbaarheid als waarborg

<FONT face=ADScala-Romein size=2>Teneinde voldoende waarborg te hebben dat een dergelijke kwaliteitsverbetering binnen bedrijven heeft plaatsgevonden en dat de ketenverantwoordelijkheid werkt is openbaarheid van o­nder andere kennis over gevaren en risico?s en beheersmaatregelen noodzakelijk. Openbaarheid en toegankelijkheid maakt een kritische beoordeling van derden uit de samenleving in het beoordelingsproces van risico?s en gevaren mogelijk en stimuleren aldus het nemen van adequate maatregelen.

<FONT face=ADScala-Bold size=2>Wat gaat de overheid doen?

<FONT face=ADScala-Romein size=2>De rol van de overheid is enerzijds het stellen van duidelijke kaders waarbinnen het bedrijfsleven de eigen verantwoordelijkheid kan invullen en anderzijds het zorgen voor adequaat toezicht en handhaving. Daarnaast zal de overheid, waar mogelijk, het bedrijfsleven stimuleren bij het verbeteren van de kwaliteit binnen bedrijven en het verankeren van de ketenverantwoordelijkheid.

Met name het midden en kleinbedrijf (zowel producenten als gebruikers) zal deze steun kunnen gebruiken.

Op het gebied van arbeidsomstandigheden zijn al ervaringen opgedaan met het stimuleren van de gewenste kwaliteitsverbetering en het vergroten van de eigen verantwoordelijkheid, met name door de inzet van arbo-convenanten met bedrijfstakken. Het kabinet is dan ook voornemens om het tot stand komen van o­nder andere ?ketenovereenkomsten? en ?uitvoeringsovereenkomsten? te stimuleren in aanvulling op wat reeds op arbo- en milieugebied in gang is gezet. In dergelijke nieuwe overeenkomsten zou de beoogde integrale aanpak van milieu- en arborisico?s binnen bedrijven, branches en ketens tot uitdrukking dienen te komen.

Het kabinet is verder voornemens het bedrijfsleven te stimuleren bij het opzetten van een kennisinfrastructuur die dit kan bevorderen.

Daarnaast bestaat het voornemen om de uitvoering van een ?drieslag? te bevorderen die tot doel heeft om in een betrekkelijk korte tijdsspanne voor alle stoffen waar de samenleving momenteel mee te maken heeft ? en waarvan tot op dit moment weinig tot niets (openbaar) bekend is over gevaren en risico?s ? de noodzakelijk geachte kennis te genereren, opdat het bedrijfsleven zo vroegtijdig mogelijk, op basis van de gegenereerde kennis, al zelfstandig invulling kan geven aan een adequaat verstandig, voorzichtig en met voorzorg omgaan met stoffen.

Naast het stellen van kaders, het stimuleren van het bedrijfsleven bij de uitvoering van het nieuwe beleid, het houden van toezicht en het handhaven zal de overheid toezien op een snelle en adequate uitvoering van het beleid daar waar het stoffen betreft die reden zijn voor grote zorg.

Tenslotte zal de overheid zorg dragen voor de inbreng van de inhoud van deze nota in de Europese discussie over de beleidsvernieuwing stoffen.

<FONT face=ADScala-Bold size=2>Van niets weten naar veel doen: de ?drieslag?

<FONT face=ADScala-Romein size=2>De essentie van de ?drieslag? is dat, ingegeven door de mate van zorg inzake het gevaar van een stof, maatregelen ter beperking van dat gevaar worden genomen. Het is duidelijk dat niet alles op korte termijn gereed kan zijn.

Gedurende de uitvoering van de eerste stap van de ?drieslag? zal dan ook bekeken worden in hoeverre de fasering van de twee laatste stappen van de drieslag, gezien de technische en economische mogelijkheden van bijvoor-

<FONT face=ADScala-Romein size=1>5

<FONT face=ADScala-Romein size=2>beeld het testen van stoffen, in de praktijk haalbaar is.

De ?drieslag? die de overheid in het nieuwe beleid gaat hanteren bestaat uit de volgende stappen en verdeling van taken:

1. uiterlijk eind 2004 zijn door het bedrijfsleven alle stoffen, die in Nederland op de markt zijn of worden gebruikt, voorzien van een geverifieerd <P align=left>?stofprofiel? op basis van gevaarsgegevens (?quick scan?) <FONT face=ADScala-Bold size=2>en <FONT face=ADScala-Romein size=2>zijn de stoffen door het bedrijfsleven in één van de, door de overheid vastgestelde, 5 categorieën van zorg (zeer ernstige zorg, ernstige zorg, zorg, vooralsnog geen zorg, geen gegevens -dus zeer ernstige zorg-) ingedeeld. De daarbij behorende <P align=left>?in principe maatregelen? worden door het bedrijfsleven genomen.

<P align=left>?In principe? maatregelen zijn maatregelen die op basis van de dan bekende,

beperkte kennis in ieder geval genomen moeten worden (gebruik van de stof is o­naanvaardbaar; gebruik van de stof is o­naanvaardbaar, tenzij <P align=left>?.; gebruik van de stof is aanvaardbaar, mits ?.);

De overheid streeft ernaar dat:

<P align=left>? het bedrijfsleven de ?stofprofielen? voor alle stoffen uiterlijk eind 2002 gereed heeft;

<P align=left>? de geverifieerde profielen en de geverifieerde indeling van alle stoffen in een van de 5 categorieën van zorg, op basis van deze profielen, in een goed verstaanbare vorm door het bedrijfsleven openbaar beschikbaar worden gesteld uiterlijk eind 2004;

<P align=left>? vanaf begin 2005, voor die stoffen waarvoor uiterlijk eind 2002 geen profiel bekend is of stoffen waarvoor uiterlijk eind 2004 geen geverifieerd profiel of classificatie in een goed verstaanbare vorm openbaar bekend is, vergaande beperkingen aan gebruik en emissies van die stoffen worden gesteld (verbodsregime tot nadere gegevens beschikbaar zijn);

<P align=left>? het bedrijfsleven per direct (vanaf 2001) maatregelen neemt ter voorkoming en beperking van gevaar en risico voor alle stoffen conform het beleidskader dat de overheid stelt (matrix van ?in principe maatregelen?)

in een mate die recht doet aan de categorie van gevaar waarin de stof op basis van het ?screenings?profiel (of additionele gegevens,

voorzover beschikbaar) valt.

Het kabinet zal in de periode 2001 - 2004, indien tussentijds uit de <P align=left>?quick scan? blijkt dat er stoffen zijn die reden zijn voor grote zorg, terstond maatregelen nemen voor deze stoffen op grond van de Wet Milieugevaarlijke Stoffen.

2. uiterlijk 2010 zijn alle stoffen die op basis van de ?quick scan? reden tot zorg geven, of die met meer dan een bepaald productievolume per jaar geproduceerd worden, door het bedrijfsleven, indien nodig geacht, voorzien van aanvullende gegevens en zo nodig een risicobeoordeling. Het eventueel nader o­nderzoeken leidt niet tot uitstel van eerder van toepassing verklaarde ?in principe maatregelen? op basis van de ?quick scan?;

3. uiterlijk 2015 zijn door het bedrijfsleven alle stoffen, die in Nederland op de markt zijn of worden gebruikt, voorzien van een voor deze stoffen relevant geachte basisset van kennis en zo nodig van een risicobeoordeling.

Uiterlijk 2020 zijn voor alle stoffen zodanig adequate maatregelen genomen dat de beleidsvernieuwing stoffen gerealiseerd is.

Uiterlijk 2020 heeft het bedrijfsleven dus voor alle stoffen maatregelen ter beperking van gevaar en risico genomen, conform het beleidskader dat de

<FONT face=ADScala-Romein size=1>6

<FONT face=ADScala-Romein size=2>overheid stelt, in een mate die recht doet aan de categorie van gevaar of risico waarin de stof valt.

De informatie die beschikbaar komt tijdens de stappen van de drieslag, en de maatregelen die op basis daarvan o­ndernomen worden, is openbaar en in bruikbare vorm beschikbaar. De informatie wordt door het bedrijfsleven actief gecommuniceerd door de keten. De overheid ziet toe op een goede uitvoering van het voorgaande en handhaaft indien nodig.

<FONT face=ADScala-Bold size=2>Internationale dimensie nieuw stoffenbeleid

<FONT face=ADScala-Romein size=2>Niet alleen in Nederland maar ook in diverse internationale kaders wordt discussie gevoerd over een nieuw stoffenbeleid. Een aantal Europese landen heeft, voor wat betreft de gewenste richting voor een nieuw stoffenbeleid, in de afgelopen twee jaar een standpunt ingenomen. Daarnaast hebben bepaalde landen, zoals Canada, al o­nderdelen van het in deze nota voorgestelde nieuwe stoffenbeleid in praktijk gebracht.

De Europese Commissie heeft, op verzoek van de Milieuraad in juni 1999,

een ?witboek? over dit o­nderwerp toegezegd. Dit ?witboek? is recentelijk,

13 februari, door de Commissie aangenomen. Naar verwachting zal de Milieuraad in juni 2001 daarover spreken.

De regelgeving in Nederland voor de uitvoering van het stoffenbeleid is gestoeld op Europese regelgeving. Vanwege o­nduidelijkheid over de richting van de o­ntwikkeling van het Europese stoffenbeleid is het uitwerken van nationale regelgeving vooralsnog niet opportuun.

Teneinde voldoende waarborg te creëren voor het welslagen van het nieuwe stoffenbeleid is het kabinet voornemens om elementen van dit beleid te verankeren in wet- en regelgeving (met name in de Wet Milieubeheer), dan wel bestaande regelgeving te wijzigen. Het nieuwe Nederlandse beleid zal nadrukkelijk in EU verband, met name in de discussie over de herziening van het EU bestaande stoffen beleid en in het kielzog daarvan de EU regelgeving,

worden ingebracht. Uiteraard zal het nieuwe stoffenbeleid op nationaal niveau moeten passen binnen de ruimte die door het internationale beleid, uiteindelijk na aanpassing, wordt gegeven.

<FONT face=ADScala-Bold size=2>Implementatie nieuw beleid

<FONT face=ADScala-Romein size=2>Het kabinet beoogt met het bovenstaande een concrete invulling van de zorgplicht door een snelle aanpak van de zogeheten ?non assessed chemicals? <P align=left>(stoffen waarover niets bekend is voor wat betreft gevaren en risico?s) alsmede krachtige en effectieve maatregelen ten aanzien van stoffen met o­ngewenste eigenschappen (zoals persistente, bioaccumulerende, toxische (PBT)

stoffen, carcinogene, mutagene, reproductietoxische (CMR) stoffen en stoffen met hormoonontregelende werking). Het bedrijfsleven heeft inmiddels per brief (8 januari 2001), waarin ook een spoedig te publiceren intentieverklaring is aangekondigd, aangegeven dat zij voornemens is activiteiten te o­ntwikkelen voor de uitvoering van de strategienota omgaan met stoffen.

De implementatie van het nieuwe beleid zal in stappen plaatsvinden:

<P align=left>? In een Uitvoeringsprogramma, waarin naar verwachting dezelfde partijen zullen participeren als in het SOMS programma ter voorbereiding van deze nota, zullen de diverse elementen uit het nieuwe beleid o­ntwikkeld en uitgewerkt worden. o­nderdeel van deze o­ntwikkeling zullen ?proeftuinen voor het nieuwe stoffenbeleid? zijn. Deze ?proeftuinen?, die door

<FONT face=ADScala-Romein size=1>7

<FONT face=ADScala-Romein size=2>het bedrijfsleven worden opgezet, kunnen rekenen op actieve stimulering van de overheid. Door deze ?proeftuinen? wordt o­nderzocht op welke wijze de eerder genoemde kwaliteitsverbetering binnen bedrijven en de verankering van ketenverantwoordelijkheid praktisch vorm kan worden gegeven. Ook het vaststellen van criteria voor het vaststellen van de 5 categorieën van zorg en criteria voor het beperken van gevaren en risico?s bij het omgaan met stoffen en producten hoort bij het uitwerken van het nieuwe beleid. Daarnaast zal een zodanige informatievoorziening en <P align=left>(kennis)infrastructuur worden ingericht dat een goede uitvoering van eerder genoemde ?drieslag? maar ook de communicatie binnen de keten en met de samenleving rond (gevaren en risico?s van) stoffen open en betrouwbaar kan plaatsvinden.

<P align=left>? De uitwerking en implementatie van de ?strategie omgaan met stoffen? kan worden afgerond met het sluiten van één of meerdere ?keten-? en <P align=left>?uitvoeringsovereenkomsten? die o­nder bepaalde voorwaarden algemeen verbindend kunnen worden verklaard.

Over de voortgang van het genoemde uitvoeringsprogramma en de implementatie van de beleidsvoornemens van deze strategie voor het verstandig,

voorzichtig en met voorzorg omgaan met stoffen zal eind 2002 aan de Tweede Kamer door middel van een Nota Uitvoering Strategie Omgaan Met Stoffen worden gerapporteerd. Dan zal ook aangegeven worden of en op welke wijze elementen van het nieuwe stoffenbeleid in nationale en internationale regelgeving verankerd worden.

Notitie: bronnen: greenpeace magazine en VROM
Geplaatst door bas op woensdag, 19 februari 2003 (448 x gelezen)
    Printer vriendelijke pagina