Het beeld dat windenergie in Nederland in haar ontwikkeling wordt afgeremd door trage vergunningleners en lastige omwonenden strookt niet met de werkelijkheid. Dat blijkt uit een studie van het Rotterdamse onderzoeksbureau CEA.
Belangrijkste bevinding is dat niet meer dan 7% van de windprojecten waarvoor vergunningen worden aangevraagd de eindstreep haalt. De projecten stranden vooral op bezwaren die tot aan de Raad van State zijn uitgevochten. Het effect van bezwaarschriften blijft blijkens het onderzoek hoofdzakelijk beperkt tot vertraging. Een op de drie projecten die in procedure worden gebracht maakt bezwaren van omwonenden en organisaties los. De doorlooptijd van afzonderlijke vergunningen wisselt sterk. Een bouwvergunning zou niet langer dan dertien weken op zich mogen laten wachten, maar in ruim driekwart van de gevallen wordt die formele termijn fors overschreden. De gemiddelde doorlooptijd bedraagt 32 weken. Met de milieuvergunningverlening is het iets beter gesteld: tweederde van de aanvragen is, zoals het hoort, binnen 24 weken afgehandeld. De procedure voor vrijstelling van het bestemmingsplan ten slotte is in drie van de vier gevallen binnen de formele termijn van acht weken rond.
Notitie:
bron: staatscourant 07-03-2003